Meer
Publicatiedatum: 07-12-2018

Inhoud

Paragrafen

Inhoud

Overzicht overhead

Algemeen

Volgens artikel 1 lid l van de BBV zijn overheadkosten alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces.

Overzicht Overhead

 

Lasten 2018 2019 2020 2021 2022
           
Bestuursondersteuning          
Programmabegroting 2018-2021 t/m de 1e wijziging 582.460 206.760 203.960 206.760 206.760
Mutaties gewenst beleid          
Onderzoek huisvesting arbeidsmigranten   25.000      
Onderzoek externe subsidies     5.000    
Mutaties bestaand beleid          
Inhuur security officer   -25.000 -25.000 -25.000 -25.000
Klanttevredenheidsonderzoek         -6.800
Telefonisch bereikbaarheidsonderzoek         4.000
Lidmaatschappen/bijdragen (contributie V.N.G.)   50.000 50.000 50.000 50.000
Totaal lasten bestuursondersteuning 582.460 256.760 233.960 231.760 228.960
           
Personeelskosten          
Programmabegroting 2018-2021 t/m de 1e wijziging 4.295.353 3.742.461 3.760.534 3.768.128 3.768.128
Gewenst          
Goede begeleiding naar de WOV   15.000      
Afscheidsfeest personeel i.v.m. overgang naar WOV   20.000      
Onvermijdbaar          
Vermindering wethouders/uitbreiding formatie college   100.000 100.000 100.000 100.000
Mutaties bestaand beleid          
Personeelslasten:          
-salarissen   69.069 101.938 101.938 101.938
-formatieverzoeken   229.634 229.634 229.634 229.634
-indexering loonkosten   170.000 170.000 170.000 170.000
Overig    5.000 5.000 5.000 5.000
Rente   350 350 350 350
Doorberekende personeelslasten   -287.418 -287.418 -287.418 -287.418
Totaal lasten personeelskosten 4.295.353 4.064.096 4.080.038 4.087.632 4.087.632
           
Interne zaken          
Programmabegroting 2018-2021 t/m de 1e wijziging 264.500 264.500 264.500 264.500 264.500
Totaal lasten Interne zaken 264.500 264.500 264.500 264.500 264.500
           
Automatisering          
Programmabegroting 2018-2021 t/m de 1e wijziging 1.387.442 1.371.144 1.305.375 1.315.338 1.315.338
Mutaties bestaand beleid          
Bijdrage GR Syntrophos   36.653 24.263 21.334 19.039
Kapitaallasten   6.876 6.679 6.483 6.286
Totaal lasten Automatisering 1.387.442 1.414.673 1.336.317 1.343.155 1.340.663
           
Huisvesting binnendienst          
Programmabegroting 2018-2021 t/m de 1e wijziging 479.301 521.055 456.868 443.541 443.541
Mutaties bestaand beleid          
Algemeen onderhoud - traptreden noodtrappenhuizen         -2.500
Schilderwerk         76.000
Kapitaallasten   3.472 3.303 3.135 -2.483
Totaal lasten huisvesting binnendienst 479.301 524.527 460.171 446.676 514.558
           
Huisvesting buitendienst          
Programmabegroting 2018-2021 t/m de 1e wijziging 6.922 6.112 6.004 6.075 6.075
Mutaties bestaand beleid          
Cyclisch onderhoud         383
Doorberekende kapitaallasten   -41 -39 -38 -72
Doorberekende personeelslasten   -401 -401 -401 -401
Totaal lasten huisvesting buitendienst 6.922 5.670 5.564 5.636 5.985
           
Tractiemiddelen          
Programmabegroting 2018-2021 t/m de 1e wijziging 0 0 0 0 0
Totaal lasten Tractiemiddelen 0 0 0 0 0
           
Stadhuis/museum          
Programmabegroting 2018-2021 t/m de 1e wijziging 81.410 57.964 63.915 58.601 58.601
Beveiliging      16.000    
Kapitaallasten   209.228 197.222 -72.201 -73.118
Doorberekende lasten aan taakvelden   -153.360 -156.263 51.110 51.776
Totaal lasten Stadhuis/museum 81.410 113.832 120.874 37.510 37.259
           
Financiën/P&O          
Programmabegroting 2018-2021 t/m de 1e wijziging 42.522 42.522 42.522 42.522 42.522
Totaal lasten Financiën/P&O 42.522 42.522 42.522 42.522 42.522
           
Totaal lasten overhead 7.139.910 6.686.580 6.543.946 6.459.391 6.522.079
           
Baten 2018 2019 2020 2021 2022
           
Bestuursondersteuning          
Programmabegroting 2018-2021 t/m de 1e wijziging -15.000 -15.000 -15.000 -15.000 -15.000
Totaal baten bestuursondersteuning -15.000 -15.000 -15.000 -15.000 -15.000
           
Personeelskosten          
Programmabegroting 2018-2021 t/m de 1e wijziging -10.000 -10.000 -10.000 -10.000 -10.000
Premiereparatie WW 3e jaar   -5.000 -5.000 -5.000 -5.000
Totaal baten personeelskosten -10.000 -15.000 -15.000 -15.000 -15.000
           
Interne zaken          
Programmabegroting 2018-2021 t/m de 1e wijziging -300 -300 -300 -300 -300
Totaal baten Interne zaken -300 -300 -300 -300 -300
           
Automatisering          
Programmabegroting 2018-2021 t/m de 1e wijziging 0 0 0 0 0
Totaal baten Automatisering 0 0 0 0 0
           
Huisvesting binnendienst          
Programmabegroting 2018-2021 t/m de 1e wijziging -5.300 -5.300 -5.300 -5.300 -5.300
Totaal baten Huisvesting binnendienst -5.300 -5.300 -5.300 -5.300 -5.300
           
Huisvesting buitendienst          
Programmabegroting 2018-2021 t/m de 1e wijziging -226 -226 -226 -226 -226
Totaal baten Huisvesting buitendienst -226 -226 -226 -226 -226
           
Tractiemiddelen          
Programmabegroting 2018-2021 t/m de 1e wijziging 0 0 0 0 0
Totaal baten Tractiemiddelen 0 0 0 0 0
           
Stadhuis/museum          
Programmabegroting 2018-2021 t/m de 1e wijziging 0 0 0 0 0
Totaal baten Stadhuis/museum 0 0 0 0 0
           
Financiën/P&O          
Programmabegroting 2017-2020 t/m de 1e wijziging -776 -776 -776 -776 -776
Totaal baten Financiën/P&O -776 -776 -776 -776 -776
           
Totaal baten overhead -31.602 -36.602 -36.602 -36.602 -36.602
           
Saldo overhead 7.108.308 6.649.978 6.507.344 6.422.789 6.485.477

 

Toelichting op overzicht overhead

Zie Programma 1 Organisatie en Bestuur voor een nadere toelichting op de mutaties.

Investeringen

Zie Programma 1 Organisatie en Bestuur voor een nadere toelichting op de mutaties.

Lokale heffingen

Algemeen

Ingevolge artikel 9 van het BBV dient in de begroting een afzonderlijke paragraaf te worden gewijd aan de lokale heffingen. Artikel 10 van het besluit geeft vervolgens aan dat in deze paragraaf tenminste aandacht dient te worden besteed aan:

  • de geraamde inkomsten;
  • het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;
  • een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen; waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamd baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekening en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd;
  • een aanduiding van de lokale lastendruk;
  • een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

Hieronder wordt nader op deze punten ingegaan.

De geraamde inkomsten

Progr.

Omschrijving

2019

2020

2021

2022

5

Onroerende zaakbelastingen

-2.504.125

-2.537.500

-2.555.435

-2.580.575

3

Marktgelden

-12.000

-12.000

-12.000

-12.000

5

Precariorechten

-27.500

-27.500

-27.500

-27.500

2

Afvalstoffenheffing

-1.237.070

-1.245.320

-1.253.570

-1.253.570

2

Rioolheffing

-1.915.554

-1.926.754

-1.937.954

-1.937.954

3

Woonforensenbelasting

-2.241

-2.241

-2.241

-2.241

5

Hondenbelasting

-123.730

-123.730

-123.730

-123.730

3

Toeristenbelasting

-294.992

-294.992

-294.992

-294.992

5

Reclamebelasting

-80.000

-80.000

-80.000

-80.000

1

Secretarieleges

-220.000

-220.000

-220.000

-220.000

2

Bouwleges

-160.919

-160.919

-160.919

-160.919

2

Lijkbezorgingsrechten

-78.853

-78.853

-78.853

-78.853

 

Totaal

-6.656.984

-6.709.809

-6.747.194

-6.772.334

* Op de genoemde bedragen is nog geen eventuele trendmatige verhoging ten opzichte van de tarieven van 2018 toegepast.

Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen

In het “Collegeprogramma 2018-2022” is als uitgangspunt opgenomen de belastingen niet anders dan trendmatig te verhogen.

Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen

De tarieven van de onroerendezaakbelastingen, de forensenbelasting, de hondenbelasting, de land- en watertoeristenbelasting en de precariobelasting worden jaarlijks aangepast met de inflatiecorrectie. Voor de berekening van het tarief van de OZB zal het bestaande tarief eerst worden gecorrigeerd met de gemiddelde ontwikkeling van de WOZ-waarde op de peildatum en daarna worden aangepast met de inflatiecorrectie.

De tarieven van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing kunnen jaarlijks worden aangepast en zijn maximaal 100% kostendekkend.

De tarieven van de retributies, het marktgeld, de leges en de lijkbezorgingsrechten worden jaarlijks eveneens aangepast met de inflatiecorrectie. Daarnaast zal op basis van calculaties worden bezien in hoeverre, deze tarieven die hoogstens kostendekkend mogen zijn, de geraamd baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden.

Onroerendezaakbelastingen

Onder de naam “onroerendezaakbelastingen” worden ter zake van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:

  • een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt (geldt alleen voor niet-woningen).
  • een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

De heffingsmaatstaf is de op de voet van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het tijdvak waarbinnen het kalenderjaar valt.

Rioolheffing

Onder de naam “smalle rioolheffing” wordt vanaf 2010 een heffing geheven van de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater, grondwater of hemelwater vandaan komt. Het maakt niet meer uit of het eigendom direct of indirect op de riolering is aangesloten. Maatstaf van de heffing is het aantal kubieke meter water dat wordt afgevoerd. Bedrijven en instellingen waarop meer dan het basistarief van toepassing is, worden apart aangeslagen.

Het tarief voor rioolheffing wordt berekend aan de hand van de directe kosten plus een opslag voor de overheadkosten. De opslag voor de overheadkosten wordt berekend volgens de Financiële verordening gemeente Brielle 2016 opgenomen methode. Het tarief mag maximaal 100% kostendekkend zijn.

Berekening tarief rioolheffing

   

energie en water

 

75.505

onderhoud en reiniging

 

164.320

planvorming

 

125.000

inspectie

 

20.000

bijdrage zuiveringschap

 

80.000

diverse exploitatielasten

 

36.048

huisvesting buitendienst en tractie

 

70.982

kapitaallasten

 

1.056.880

directe personeelskosten

 

247.440

aandeel overhead

 

69.283

doorberekende kosten

 

-1.500

doorberekend > 100 m3

 

-222.639

oninbaar en bezwaar

 

33.400

   

1.754.719

beschikking egalisatiereserve

 

-42.404

door te berekenen via heffing

 

1.712.315

     

verwacht aantal aansluitingen (afgerond)

 

7.644

tarief rioolheffing

 

224,00

Afvalstoffenheffing

De afvalstoffenheffing wordt geheven van degene die feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvoor een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Afvalstoffenheffing wordt niet geheven van bedrijven. Het tarief is een vast bedrag per perceel.

Het tarief voor afvalstoffenheffing wordt berekend aan de hand van de directe kosten plus een opslag voor de overheadkosten. De opslag voor de overheadkosten wordt berekend volgens de Financiële verordening gemeente Brielle 2016 opgenomen methode. Het tarief mag maximaal 100% kostendekkend zijn.

Berekening tarief afvalstoffenheffing

 

 

stortkosten restafval

 

362.454

stortkosten GFT

 

53.384

ophalen huisvuil

 

449.851

ophalen en verwerken kunststof verpakkingen

 

26.617

kosten afvalcontainers

 

162.900

diverse exploitatielasten

 

87.410

huisvesting buitendienst en tractie

 

129.672

kapitaallasten

 

272.513

directe personeelskosten

 

214.017

aandeel overhead

 

89.887

oninbaar en bezwaar

 

15.000

opbrengst diverse afvalstromen

 

-121.520

 

 

1.742.185

beschikking egalisatiereserve

 

-495.115

door te berekenen via heffing

 

1.247.070

 

 

 

verwacht aantal aansluitingen

 

7.558

tarief afvalstoffenheffing

 

165,00

Leges

Onder de naam leges worden rechten geheven ter zake van het genot van door de gemeente verstrekte diensten. Uitgangspunt is maximaal 100% kostendekkendheid.

Lijkbezorgingsrechten

Onder deze naam worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor door of vanwege de gemeente verleende diensten in verband met de begraafplaats.

Marktgelden

Voor het hebben van een standplaats op de als marktterrein aangewezen openbare wegen of gedeelten daarvan wordt een recht geheven onder de naam “marktgeld”.

Precariobelasting

Van degene die één of meer voorwerpen heeft onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond dan wel degene te wiens behoeve voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond worden aangetroffen wordt precariobelasting geheven.

Retributies

Voor het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of onderhoud zijn; of het genot van door de gemeente verstrekte diensten, tenzij deze bedrijfsmatig worden verstrekt of bestaan in het tijdelijk ter beschikking van particulieren stellen van gemeentepersoneel worden rechten geheven onder de naam “retributie”.

De tarieven van de retributies hebben een zodanige hoogte dat voor de kosten van personeel en materieel maximaal 100 % kostendekking wordt bereikt. De gehanteerde tarieven zijn dan ook gebaseerd op calculaties die in principe jaarlijks worden geactualiseerd.

Forensenbelasting

Deze belasting wordt geheven van personen die niet in de gemeente wonen maar wel een gemeubileerde woning (voor meer dan 90 dagen per jaar) ter beschikking houden. Kort gezegd wordt met deze belasting de “tweede woningbezitter” belast. De heffing betreft een vast bedrag per woning afhankelijk van de waarde van die woning.

Toeristenbelasting

Bij de toeristenbelasting wordt onderscheid gemaakt tussen landtoeristen en watertoeristen. Eerstgenoemde wordt geheven ter zake het tegen vergoeding houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente in hotels, pensions, vakantieonderkomens, mobiele kampeeronderkomens van personen die niet als ingezetene van de gemeente zijn ingeschreven. De watertoeristenbelasting wordt geheven ter zake het houden tegen vergoeding van verblijf binnen de gemeente op vaartuigen. Belastingplichtig is degene die gelegenheid geeft tot het houden van verblijf. Dit zijn de recreatieondernemers en hotel- en pensioneigenaren.

Reclamebelasting

De reclamebelasting is van toepassing in de binnenstad van Brielle, in het gedeelte dat is gelegen binnen de stadswallen (de vesting). Binnen dit gebied wordt een belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg. De inkomsten worden na aftrek van de kosten beschikbaar gesteld aan de stichting City Management Brielle. Het doel van de stichting is de binnenstad van Brielle economisch te versterken en meer bezoekers naar de binnenstad te trekken, zodat alle ondernemers hiervan profiteren.

Hondenbelasting

Onder de naam “hondenbelasting” wordt een directe belasting geheven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente.

Een aanduiding van de lokale lastendruk

Bij het berekenen van de lokale lastendruk worden alleen die belastingen betrokken die nagenoeg voor iedereen van toepassing zijn. Voor Brielle betekent dit de rioolrechten, de afvalstoffenheffing en de OZB.

Milieulasten

Zoals al aangekondigd in de programmabegroting 2018-2021 moet, rekening houdend met de geraamde kosten voor de komende jaren en de ontwikkeling van het aantal aansluitingen, het tarief rioolrecht in 2019 met 2,5% stijgen tot € 224. Afgezien van een sterke stijging van de inflatie en/of wijzigingen in het rioleringsbeleid hoeft het tarief in de jaren 2020 t/m 2022 niet te stijgen.
Het tarief afvalstoffenheffing wordt voorlopig gehandhaafd op € 165. Zodra voldoende inzicht is in de gevolgen van het “omgekeerd inzamelen” zal bekeken worden welk effect dit heeft op het tarief afvalstoffenheffing.

 

Omschrijving

2018

 

2019

 

2020

 

2021

 

2022

Afvalstoffenheffing

165

 

165

 

165

 

165

 

165

Rioolrecht

219

 

224

 

224

 

224

 

224

Totaal milieulasten

384

 

389

 

389

 

389

 

389

Voorgaande jaar

379

 

384

 

389

 

389

 

389

Stijging/daling

5

 

5

 

0

 

0

 

0

Stijging/daling milieulasten in % op basis prijspeil t/m 31 december 2018

 

 

 

1,30%

 

 

1,30%

 

 

1,30%

 

 

1,30%

Ontwikkeling gemeentelijke woonlasten

Bij een gemiddelde stijging/daling van de WOZ-waarde zullen de OZB-tarieven evenredig dalen/stijgen. Uit de door het SVHW uitgevoerde marktanalyse is naar voren gekomen dan de waarde van woningen in de gemeente Brielle ten opzichte van vorig jaar gestegen zijn met ca. 5,4%. In het onderstaande overzicht is gerekend met een gemiddelde woningwaarde van € 214.481 m.b.t. 2018. Voor de jaren 2019 - 2022 wordt gerekend met een gemiddelde woningwaarde van € 226.063 (stijging 5,4% t.o.v. 2018 volgens opgave SVHW).

Omschrijving

2018

 

2019

 

2020

 

2021

 

2022

Lasten voor een gebruiker/huurder

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Totaal milieulasten, zie boven

384

 

389

 

389

 

389

 

389

Voorgaande jaar

379

 

384

 

389

 

389

 

389

Mutatie

           5

 

5

 

0

 

0

 

0

Mutatie woonlasten huurder in % op basis prijspeil t/m 31 december 2018

 

 

 

1,30%

 

 

1,30%

 

 

1,30%

 

 

1,30%

Lasten voor de bewoner van een eigen woning

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Totaal woonlasten gebruiker, zie boven

384

 

389

 

389

 

389

 

389

OZB als eigenaar

221

 

221

 

221

 

221

 

221

Totaal woonlasten bewoner/eigenaar

605

 

610

 

610

 

610

 

610

Voorgaande jaar

597

 

605

 

610

 

610

 

610

Mutatie

8

 

5

 

0

 

0

 

0

Mutatie woonlasten bewoner/eigenaar in % op basis prijspeil t/m 31 december 2018

 

 

0,83%

 

0,83%

 

0,83%

 

0,83%

Beleid

Rioolheffing

Per 1 januari 2008 is een nieuwe gemeentelijke belasting ingevoerd: de rioolheffing. Anders dan de rioolrechten ziet de rioolheffing niet alleen op rioleringskosten, maar ook op het beheer van regenwater en grondwater.

Op 28 juni 2007 heeft de Eerste Kamer de Wet gemeentelijke watertaken aangenomen. Deze wet breidt met ingang van 1 januari 2008 zowel de wettelijke rioleringszorg als het gemeentelijke kostenverhaal hierbij uit. Met ingang van 2008 krijgen gemeenten twee extra rioleringstaken, wat het totaal op drie brengt:

Zorg voor doelmatige inzameling en transport van huishoudelijk en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater door middel van kleinere individuele installaties voor de behandeling van afvalwater (IBA). Dit wordt ook wel de “waterketen” genoemd.

Zorg voor doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan moet ontdoen redelijkerwijs niet kan worden gevergd het hemelwater zelf op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. Dit betreft het gedeelte van het zogenoemde “watersysteem” dat onder andere ziet op het inzamelen, de berging, het transport, de nuttige toepassing en het, al dan niet na zuivering, op of in de bodem of in het oppervlaktewater brengen van hemelwater, en het afvoeren naar een inrichting.

Zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover deze voorzieningen doelmatig zijn en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoren. Dit betreft het gedeelte van het “watersysteem” dat onder andere ziet op het inzamelen, de berging, het transport, de nuttige toepassing en het, al dan niet na zuivering, op of in de bodem of in het oppervlaktewater brengen van grondwater, en het afvoeren naar een inrichting.

De zorgplicht voor de inzameling en het transport van het stedelijk afvalwater wordt in de Wet milieubeheer geregeld. De hemelwaterzorgplicht en de grondwaterzorgplicht worden vastgelegd in de Wet op de waterhuishouding.

Splitsing van kosten
Voor de kosten van enerzijds het afvalwater en anderzijds het regen- en grondwater kunnen op grond van artikel 228a Gemeentewet twee afzonderlijke belastingen worden geheven. Het artikel biedt gemeenten echter ook de mogelijkheid van één heffing, waaruit zowel de uitgaven voor afvalwater als regen- en grondwater worden bekostigd. Zij kunnen dan zelf bepalen of en wanneer in een geleidelijk traject gekozen wordt voor de financiële ontvlechting van beide heffingen, en hoe dit in een specifiek geval vorm krijgt. Het uitgangspunt voor de heffing is echter dat de kosten in de gemeentelijke begroting voor afvalwaterzorg, hemelwaterzorg en grondwaterzorg waar mogelijk afzonderlijk inzichtelijk worden gemaakt. In elk geval zal van nieuwe kosten die uit de uitgebreide zorgplichten voortvloeien, moeten worden aangegeven of zij vallen onder de categorie huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater of hemel- en grondwater.

Belastingkarakter
Het huidige rioolrecht heeft een retributiekarakter voor de bekostiging van door de gemeente te verlenen diensten of het gebruik van gemeentelijke voorzieningen. De nieuwe gemeentelijke heffing heeft daarentegen het karakter van een bestemmingsheffing, bedoeld om kosten voor noodzakelijk geachte (collectieve) maatregelen ten aanzien van riolering, hemelwater en grondwater te kunnen verhalen. Omdat het een bestemmingsheffing is, hoeft in de relatie met de belastingplichtige geen sprake te zijn van een rechtstreekse tegenprestatie in de vorm van een verleende dienst of een voorziening.

Gemeente blijft belastingplicht bepalen
Net zoals bij het huidige rioolrecht, mogen gemeenten de rioolheffing zelf door middel van een eigen belastingverordening nader vormgeven. Zaken als het bepalen van de belastingplichtige, de heffingsgrondslag en de heffingsmaatstaf worden dus overgelaten aan het gemeentebestuur. Gemeenten mogen zowel gebruikers als eigenaren, of slechts één van beide categorieën, als belastingplichtigen voor de heffing aanwijzen. Hierin komt geen verandering. Zodoende kunnen gemeenten zoveel mogelijk aansluiten bij het systeem dat zij gebruiken voor de heffing van het rioolrecht.

Wat betekent dit voor de gemeente Brielle?

De budgettaire consequenties die voorvloeien uit het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (VGRP) zijn in de begroting verwerkt. Het tarief rioolheffing wordt voor het jaar 2019 met 2,5% verhoogd tot € 224.

Door een wijziging in verband met de toerekening van overhead in het kader van de wetwijziging BBV kan het zijn dat de tarieven rioolrecht en afvalstoffenheffing niet meer 100% kostendekkend zijn.

Een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid

Kwijtschelding van een gemeentelijke belasting kan worden verleend indien de belastingplichtige niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar de aanslag geheel of gedeeltelijk te betalen. Van buitengewoon bezwaar is in het algemeen sprake indien de middelen om een aanslag te betalen ontbreken en ook niet binnen afzienbare tijd kunnen worden verwacht. Teneinde de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid voor elke burger te waarborgen is er een landelijk geldend kwijtscheldingsbeleid ontwikkeld en vastgelegd in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Artikel 255 van de Gemeentewet bepaald vervolgens dat - voor wat betreft het verlenen van kwijtschelding – de gemeenten de rijksregeling dienen te volgen, zoals deze in de genoemde uitvoeringsregeling is vastgelegd.

De kwijtscheldingsmogelijkheden zijn vastgelegd in de Verordening kwijtschelding.

Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

Algemeen

Volgens artikel 11 lid 2 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dient de paragraaf weerstandsvermogen ten minste te bevatten:

  • het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s;
  • een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;
  • een inventarisatie van de risico’s.
  • kengetallen en een beoordeling van de onderlinge verhouding in relatie tot de financiële positie.

Samengevat geeft deze paragraaf aan hoe robuust de begroting is, hetgeen van belang is wanneer er zich een financiële tegenvaller voordoet. Het gaat hierbij om de mate waarin de gemeente in staat is middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid veranderd moet worden.
Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen enerzijds de weerstandscapaciteit en anderzijds de daarmee af te dekken risico’s. Voor het beoordelen van de robuustheid van de begroting is dus inzicht nodig in de omvang en achtergronden van de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen kan betrekking hebben op het begrotingsjaar zelf (statisch), het kan ook betrekking hebben op de gevolgen voor meerdere begrotingsjaren (dynamisch weerstandsvermogen).

Onder de weerstandscapaciteit wordt verstaan de noodzakelijk aanwezige capaciteit aan geldmiddelen om financiële risico’s, waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten, te kunnen opvangen. Zij geeft aan in hoeverre onverwachte, substantiële niet begrote kosten gedekt kunnen worden. Het gaat om die elementen waarmee tegenvallers eventueel bekostigd kunnen worden. Mogelijke onderdelen van de weerstandscapaciteit zijn:

  • de post onvoorziene uitgaven;
  • de vrij aanwendbare reserves;
  • de onbenutte belastingcapaciteit:
    • hieronder verstaan we de beschikbare ruimte in de tarieven van de belastingen en heffingen oftewel de mogelijkheden om de belastingtarieven te verhogen;
  • de stille reserves:
    • dit is het verschil tussen de boekwaarde en de feitelijke waarde van activa die te gelde gemaakt kunnen worden.

Onderscheid kan worden gemaakt tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Met het eerste wordt bedoeld het vermogen om calamiteiten en andere eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken op het bestaande niveau. Met de structurele weerstandscapaciteit worden de middelen bedoeld die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken. De precieze definitie van het weerstandsvermogen hangt mede af van het geformuleerde financiële beleid (bijvoorbeeld het rentebeleid en het beleid rond reserves en voorzieningen).

Beleid

Op 14 maart 2006 is besloten een Algemene Risico Reserve in te stellen waaruit de door ons in deze paragraaf beschreven risico’s alsmede de uitkomsten van de uitgevoerde risico-inventarisatie eventueel kunnen worden gedekt. Volgens dit raadsbesluit is een eenmalige storting gedaan van € 10.000.000. In 2011 is de minimale omvang verlaagd naar € 5 miljoen.

Jaarlijks zal een toetsing moeten plaatsvinden tussen het gewenste weerstandsvermogen en het beschikbare vermogen in aan de ARR. Bij een substantiële afwijking van het benodigde en beschikbare weerstandsvermogen zal eventueel een aanpassing van de ARR moeten plaatsvinden.

Inventarisatie risico’s

Gebeurtenis

Kans (%)

maximaal gevolg

Kans x Gevolg

Te betalen vennootschapsbelasting over winstgevende onderdelen van de gemeente

25%

630.000

157.500

Uitstroom WWB uitkering blijft achter door lagere werkgelegenheid

50%

100.000

50.000

Extra instroom van klanten in de bijstand en/of WIJ door bezuinigingen bij het UWV, waardoor het UWV minder re-integratietrajecten kan realiseren

50%

100.000

50.000

Niet door de voorziening gedekte grondexploitatie tegenvallers

25%

5.000.000

1.250.000

Faillissement na betalen bij opdracht

10%

500.000

50.000

Onverhaalbare schade aan gemeentelijke eigendommen (horeca- of evenement-gerelateerd)

90%

80.000

72.000

Lagere uitkering "algemene uitkering" dan begroot, als gevolg van besluitvorming uitgaven rijksoverheid

50%

400.000

200.000

Tekorten bij gemeenschappelijke regelingen of gesubsidieerde instellingen kunnen niet (meer) worden opgevangen binnen de reserves van de instelling zelf extra bijdragen om de financiële positie weer gezond te maken.

50%

300.000

150.000

Er is geen voorziening voor WW, voor bijv. ontslag van ambtenaren

50%

200.000

100.000

Medewerkers krijgen een bedrijfsongeval en/of worden ziek waardoor zij hun eigen werk niet meer kunnen uitoefenen

5%

2.000.000

100.000

Stijging vervoerskosten i.v.m. nieuwe aanbesteding

50%

100.000

50.000

Financiële situatie Stichting Behoud Synagoge Brielle

50%

86.000

43.000

Risico’s van uitbetalen van verlofstuwmeren

50%

225.000

112.500

Vacaturestop en daarmee risico van extra inhuur derden

50%

350.000

175.000

Inschatting hogere salarisaanpassing (binnen de WOV)

50%

120.000

60.000

Totaal

 

 

2.620.000

Gewaarborgde geldleningen

Achtervangrisico : De borging van WSW is ingebed in de zekerheidsstructuur van het borgstelsel met meerdere vangnetten en buffers. De achtervang van de gemeenten (50%) en de Rijksoverheid (50%) vormen samen de derde buffer. De achtervang betekent voor de gemeenten dat zij risico lopen dat zij renteloze leningen aan WSW zullen moeten verstrekken wanneer de andere buffers onvoldoende groot blijken te zijn. WSW schat dit risico op basis van zijn risicomodellen en stresstesten in als zeer klein, of zelfs theoretisch. De WSW is nog nooit aangesproken op zijn borg.

Zodra WSW aangesproken wordt op haar borg kan zij onderpand uitwinnen bij de corporatie die de aanspraak veroorzaakt. WSW kan dit onderpand verkopen en daarmee de renteloze leningen van het Rijk en de gemeenten terugbetalen.

 

             Schuldrestant met gemeente als achtervang:   €  123,7 miljoen

             WOZ waarde ingezet in de gemeente:                  €  278,9 miljoen

             Onderschrijding limiet:                                                   €  155,2 miljoen

 

Grondexploitatie

Voor de grondexploitatie is een algemene reserve grondexploitatie ingesteld. Deze reserve dient om risico‘s in de diverse grondexploitaties op te kunnen vangen en om te kunnen verevenen tussen winstgevende en verliesgevende locaties. Indien blijkt dat, rekening houdend met bovenstaande, de algemene reserve grondexploitatie een structureel overschot vertoont, kan dit overschot zo nodig ingezet worden ten behoeve van de algemene middelen. Het saldo van de algemene reserve grondexploitatie per 31-12-2017 bedraagt € 2,2 miljoen en neemt toe tot € 2,8 miljoen eind 2022. De toename wordt veroorzaakt door de positieve exploitatiesaldi van de bedrijventerreinen Seggelant I en II en de Ankerplaats, die eind 2018 en 2019 aan de reserve worden toegevoegd.

 

De voorziening verliezen grondexploitatie is ingesteld voor het afdekken van verwachte verliezen met betrekking tot bouwgronden in exploitatie (BIE). Deze verliesvoorziening is gewaardeerd tegen contante waarde; de discontovoet bedraagt 2%. De omvang per 31-12-2017 bedraagt € 6,3 miljoen en neemt, nadat het complex ‘glassanering / ruimte-voor-ruimte-kavels’ in 2021 wordt afgesloten, eind 2021 af tot nihil.
Ook is in de voorziening een bedrag opgenomen voor de eerder genoemde 'niet in exploitatie genomen gronden' (nu gerubriceerd als materiële vaste activa; MvA). De hoogte betreft het verschil tussen de boekwaarde (aanschafwaarde vermeerderd met kosten) en de marktwaarde rekening houdend met de toekomstige bestemming. De omvang per 31-12-2017 bedraagt € 5,6 miljoen en neemt af tot nihil eind 2019. De afname van de voorziening in 2019 wordt veroorzaakt doordat de oude NIEGG-complexen uiterlijk ultimo 2019 getoetst moeten worden aan de marktwaarde rekening houdend met de bestemming op het moment van toetsing. Gelet op het verschil tussen toekomstige bestemming en huidige bestemming is het de verwachting dat minimaal de gehele voorziening ingezet moet worden.

Op basis van de huidige inzichten en beschikbare informatie kan de verwachting worden uitgesproken dat het totaal van de algemene risicoreserve, de reserve grondexploitatie en de voorziening ‘verliezen grondexploitatie’ toereikend is om de in beeld gebrachte risico’s c.q. verliezen te dekken.

Weerstandscapaciteit

Dit onderdeel bevat de berekening van de weerstandscapaciteit voor 2016 op basis van de thans bekende gegevens en uitgaande van wat hierboven onder het kopje beleid is verwoord.

Voor wat betreft de onbenutte belastingcapaciteit gaat het in eerste instantie om de OZB. Met ingang van 1 januari 2008 heeft het Rijk de maximalisering van de tarieven laten vervallen. Dit betekent dat er geen limiet meer aan gemeenten worden gesteld over de hoogte van het OZB-tarief en het percentage waarmee de tarieven maximaal mogen stijgen. Het vervallen van de limitering OZB mag niet leiden tot een onevenredige stijging van de collectieve lastendruk. Het instellen van een macronorm moet dat voorkomen. Als de ontwikkeling van de lokale lasten tot overschrijding van die norm leidt, kan het Rijk ingrijpen via correctie van het volume van het gemeentefonds.

Op basis van de huidige WOZ-waarden is de onbenutte belastingcapaciteit voor 2019 dus niet aan te geven. De onbenutte belastingcapaciteit is op papier onbeperkt. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het slechts een theoretische mogelijkheid is. Ten eerste mag de stijging niet leiden tot een onevenredige stijging van de collectieve lastendruk en ten tweede geldt dan bovendien nog de vraag van de politieke haalbaarheid. In het onderstaande overzicht van de berekening van de weerstandscapaciteit is de onbenutte belastingcapaciteit dan ook aangegeven met Pro Memorie.

De capaciteit van de overige heffingen is gebonden aan een maximale kostendekking van 100%. Omdat deze al is bereikt is hier geen onbenutte capaciteit. De reserves die niet vrij aanwendbaar zijn kunnen in principe geen onderdeel uitmaken van de weerstandscapaciteit.

Berekening weerstandscapaciteit

Belastingcapaciteit:

 

Onroerende zaakbelastingen

 

Opbrengst 2019 (excl. trendmatige verhoging )

2.504.125

Opbrengst 2019 op basis van mogelijke tarieven

PM

Onbenutte capaciteit

PM

 

 

Overige heffingen

100% dekking

 

 

Weerstandcapaciteit

 

Algemene risicoreserve

5.200.000

Onbenutte belasting capaciteit:

PM

Onvoorzien structureel: 17.200 x € 5

86.000

Totale weerstandscapaciteit

5.286.000

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Ratio weerstandsvermogen

=

beschikbare
weerstandscapaciteit

=

€ 5.286.000

=

2,02

benodigde
weerstandscapaciteit

€ 2.620.000

 

Ratio

Betekenis

>2.0

Uitstekend

1.4 – 2.0

Ruim voldoende

1.0 – 1.4

Voldoende

0.8 – 1.0

Matig

0.6 – 0.8

Onvoldoende

<0.6

Ruim onvoldoende

 

Kengetallen

 

 

Rekening 2017

Begroting 2018

Begroting 2019

Begroting 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Netto schuldquote

-26%

-22%

2%

0%

-5%

-6%

Netto schuldquote*

-32%

-22%

-2%

-4%

-7%

-7%

Solvabiliteitsratio

91%

91%

91%

91%

93%

93%

Struct. Expl.ruimte

3,93%

-0,72%

-0,55%

0,70%

0,97%

0,97%

Grondexploitatie

43%

30%

25%

16%

0%

0%

Belastingcapaciteit

83%

83%

85%

85%

85%

85%

*gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

De netto schuldquote is licht positief, wat inhoud dat de financiële middelen lager zijn dan de schulden. Uit het solvabiliteitsratio blijkt dat er veel eigen vermogen is en de gemeente goed in staat is om aan de financiële verplichtingen te voldoen. Ook de structurele exploitatieruimte is meerjarig positief, wat inhoud dat de gemeente voldoende structurele baten heeft om de structurele lasten te dekken.

Netto schuldquote

De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelaten en de aflossing op de exploitatie.

 

 

Rekening 2017

Begroting 2018

Begroting 2019

A

Vaste schuld (art. 46 BBV)

6.970.600

5.865.427

4.675.982

B

Netto vlottende schuld (art. 48 BBV)

1.651.736

2.500.000

2.500.000

C

Overlopende passiva (art. 49 BBV)

2.822.864

2.500.000

2.500.000

D

Financiële activa (art. 36 lid d, e, f)*

0

0

0

E

Uitzettingen < 1 jaar (art. 39 BBV)

19.121.840

18.425.644

6.500.000

F

Liquide middelen (art. 40 BBV)

285.623

55.000

55.000

G

Overlopende activa (art. 40a BBV)

3.503.945

2.050.000

2.050.000

H

Totale baten (art. 17 lid c BBV)**

44.570.473

43.640.114

51.632.363

 

Netto schuldquote

(A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

-26%

-22%

2%

* exclusief verstrekte leningen

** exclusief mutaties in reserves

Toelichting: Hoe lager het percentage, hoe beter. De provincie Zuid-Holland geeft aan dat de gemeente Brielle met een percentage onder de 90% in de categorie valt die het minst risicovol is. De verschuiving van -22% (begroting 2018) naar 2% (begroting 2019) wordt verklaard door een stijging van de investeringen (exclusief verstrekte leningen) met ruim 11 miljoen euro ten opzichte van de begroting 2018. Hierdoor worden onder andere de uitzettingen <1 jaar ingezet, waardoor dit een negatief effect heeft op de ontwikkeling van de netto schuldquote. 

 

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

 

 

 

Rekening 2017

Begroting 2018

Begroting 2019

A

Vaste schuld (art. 46 BBV)

6.970.600

5.865.427

4.675.982

B

Netto vlottende schuld (art. 48 BBV)

1.651.736

2.500.000

2.500.000

C

Overlopende passiva (art. 49 BBV)

2.822.864

2.500.000

2.500.000

D

Financiële activa (art. 36 lid d, e, f)*

3.015.836

8.834

2.015.836

E

Uitzettingen < 1 jaar (art. 39 BBV)

19.121.840

18.425.644

6.500.000

F

Liquide middelen (art. 40 BBV)

285.623

55.000

55.000

G

Overlopende activa (art. 40a BBV)

3.503.945

2.050.000

2.050.000

H

Totale baten (art. 17 lid c BBV)**

44.570.473

43.640.114

43.662.528

 

Netto schuldquote

(A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

-32%

-22%

-2%

* inclusief verstrekte leningen

** exclusief mutaties in reserves

Toelichting: Hoe lager het percentage, hoe beter. De provincie Zuid-Holland geeft aan dat de gemeente Brielle met een percentage onder de 90% in de categorie valt die het minst risicovol is. De verschuiving van -22% (begroting 2018) naar -2% (begroting 2019) wordt verklaard door een stijging van de investeringen (inclusief verstrekte leningen) met ruim 11 miljoen euro ten opzichte van de begroting 2018. Hierdoor worden onder andere de uitzettingen <1 jaar ingezet, waardoor dit een negatief effect heeft op de ontwikkeling van de netto schuldquote. 

Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen.

 

 

Rekening 2017

Begroting 2018

Begroting 2019

A

Eigen vermogen (art. 42 BBV)

124.795.477

113.769.347

107.931.378

B

Balanstotaal

137.468.505

125.001.987

118.113.977

 

Solvabiliteit (A/B) x 100%

91%

91%

91%

Toelichting: Hoe hoger dit percentage, hoe beter. Een hoog ratio betekend dat de gemeente relatief veel eigen vermogen heeft en goed in staat is om aan de financiële verplichtingen te voldoen. De provincie Zuid-Holland geeft aan dat de gemeente Brielle met een percentage boven de 50% in de categorie valt die het minst risicovol is.

Kengetal grondexploitatie

 

 

 

Rekening 2017

Begroting 2018

Begroting 2019

A

Niet in exploitatie genomen bouwgronden (cf. art. 38 lid 1 punt 1 BBV)

0

0

0

B

Bouwgronden in exploitatie (cf. art. 38 lid b BBV)

19.233.245

13.035.003

10.792.363

C

Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV dus exclusief mutaties in reserves)

44.570.473

43.640.114

43.662.528

 

Grondexploitatie (A+B)/C x 100%

43%

30%

25%

Toelichting: Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Hoe lager dit percentage hoe beter in verband met risico’s grondexploitatie. Een hoge grondexploitatie betekend een grote boekwaarde. Hierbij kan een gemeente het risico lopen dat deze boekwaarde, bij de verkoop van de gronden, niet volledig gerealiseerd worden. Aan de andere kant kan een hoge grondexploitatie betekenen dat bij verkoop de opbrengsten (incidentele baten) gebruikt kunnen worden om de schuldenlast af te bouwen. De provincie Zuid-Holland geeft aan dat de gemeente Brielle met een percentage boven de 20% en onder de 35% in de categorie ‘neutraal’ valt.

Structurele exploitatieruimte

 

 

 

Rekening 2017

Begroting 2018

Begroting 2019

A

Totale structurele lasten

43.918.827

46.109.668

45.618.315

B

Totale structurele baten

39.530.490

38.912.947

38.146.836

C

Totale structurele toevoegingen aan reserves

4.835.916

4.699.763

4.339.330

D

Totale structurele onttrekkingen aan reserves

10.977.473

11.582.134

11.568.939

E

Totale baten

44.570.473

43.640.114

43.662.528

 

Structurele exploitatieruimte

((B-A)+(D-C))/E x 100%

3,93%

-0,72%

-0,55%

Toelichting: Hoe hoger dit percentage, hoe beter. De provincie Zuid-Holland geeft aan dat de gemeente Brielle met een percentage van -0,55% in de categorie valt die risicovol is. Echter laat de exploitatieruimte meerjarig zien dat de gemeente voldoende structurele baten om de structurele lasten te dekken.

Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuishouden

De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB en de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt daarom berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 in en uit te drukken in een percentage De (ongewogen) gemiddelde woonlasten van gemeenten in 2015 – op basis van de cijfers van het Coelo – bedraag € 716.

 

 

Rekening 2017

Begroting 2018

Begroting 2019

A

OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

213

218

221

B

Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

219

219

224

C

Afvalstoffenheffing voor een gezin

165

165

165

D

Eventuele heffingskorting

0

0

0

E

Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D)

597

602

610

F

Woonlasten landelijk gemiddelde voor gezin in het voorgaande begrotingsjaar

723

723

721

 

Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde jaar er voor (E/F) x 100%

83%

83%

85%

Toelichting: Hoe lager dit percentage, hoe beter. Een lage belastingcapaciteit geeft aan dat de gemeente nog ruimte heeft om structurele baten te genereren. In de gemeente Brielle zijn de woonlasten lager dan het landelijk gemiddelde. De provincie Zuid-Holland geeft aan dat de gemeente Brielle met een percentage onder de 95% in de categorie valt die het minst risicovol is. De OZB-lasten voor gezin bij een gemiddelde WOZ-waarde schommelt door de wijziging van de gemiddelde woningwaarde in verband met nieuwbouw.

In het bovenstaande overzicht zijn de OZB-lasten voor een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde in 2019 t.o.v. 2018 gestegen.

Onderhoud kapitaalgoederen

Algemeen

Volgens artikel 12 van het BBV dient de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen ten minste de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen te bevatten. Van de genoemde kapitaalgoederen wordt aangegeven het beleidskader, de daaruit voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van deze financiële consequenties in de begroting.

De gemeente heeft ongeveer 154 ha aan openbare ruimte in beheer.

Veel activiteiten vinden hier plaats; vooral het wonen, het verkeer en het recreëren. Daarvoor zijn veel kapitaalgoederen nodig: wegen, riolering, kunstwerken, groen, verlichting, gebouwen en haven. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het niveau van de voorzieningen en dus ook voor de jaarlijkse lasten.

Beheerplannen

De volgende beheerplannen zijn recentelijk door de gemeenteraad vastgesteld:

  • gemeentelijk rioleringsplan 2017-2021 op 13 december 2016
  • wegenbeheerplan 2017-2025 op 4 juli 2017
  • groenbeheerplan 2017-2021 op 4 juli 2017

Wegen

Kerncijfers

  • rijbanen                                       431.811 m2
  • fietspaden                                     37.159 m2
  • wandelpaden                           253.146 m2
  • parkeerruimte                         128.903 m2
  • overige pleinen en haltes        1.009 m2

totaal                                                            852.028 m2

 De uitbreiding van het areaal heeft met name te maken met het toevoegen van wegen, paden etc. uit de nieuwe wijken Nieuwland-Oost en Annahoeve.

 

Beleidskader

Het beleid ten aanzien van het wegbeheer is vastgelegd in het wegenbeheerplan 2017-2025. Het is de ambitie van de gemeenteraad om het onderhoudsniveau van de wegen te brengen en te houden op het kwaliteitsniveau B dat is opgenomen in de kwaliteitscatalogus openbare ruimte (CROW).
Het beheerplan is geen statisch plan maar een plan dat continu wordt bijgesteld. Een keer per 2 jaar wordt een visuele inspectie uitgevoerd van alle wegen. Hierbij wordt visueel de kwaliteit van de wegen gemeten conform de landelijke systematiek van de CROW. Op basis van de uitkomsten van deze inspectie wordt jaarlijks een meerjarig werkprogramma wegen opgesteld. Het werkprogramma wordt onder andere afgestemd met:

  • rioleringswerkzaamheden
  • herinrichtingsplannen in de openbare ruimte
  • het invoeren maatregelen ten behoeve van de verkeersveiligheid
  • bouwactiviteiten
  • kabel- en leidingwerkzaamheden

Schade aan wegen welke een gevaarlijke situatie op kan leveren wordt altijd zo spoedig mogelijk gerepareerd.

Uit de laatste weginspecties (medio 2018) blijkt dat het kwaliteitsniveau van de wegen in Brielle voor 96% B of hoger is. Dit houdt in dat er ook wegen of paden zijn die op niveau A en zelfs A+ zitten (dit zijn veelal de nieuw aangelegde of gereconstrueerde paden en wegen) en ook een beperkt aantal wegen en paden die op niveau C of D zitten. Deze wegen of paden worden zo mogelijk in het eerstvolgende werkprogramma opgenomen.

 

Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties

Op basis van het beheerplan en de weginspectie is het de verwachting dat in 2019 onder andere aan de volgende wegen onderhoud zal plaatsvinden:

  • G.J. v/d Boogerdweg, frezen en nieuwe deklaag.         € 300.000
  • Opstellen van bestekken en weginspecties                     €   50.000
  • Asfaltreparaties                                                                                €   50.000
  • Diverse wegen, kleine reparaties en aanpassingen    € 200.000
  • Verwijderen kauwgom                                                                  €   20.000
  • Nog nader te bepalen werkzaamheden                              €   10.705

 

De in het beheerplan betrokken lasten zijn die van groot onderhoud en reconstructies. Het dagelijks onderhoud, zoals het bermonderhoud, wegmarkering e.d., zijn er niet in meegenomen. Hiervoor zijn aparte budgetten opgenomen.
Het saldo van de reserve onderhoud wegen bedraagt eind 2018 naar verwachting € 3,7 miljoen en is toereikend voor een jaarlijkse beschikking van circa € 470.000 tot en met 2025.

Directe lasten onderhoud wegen

       

Lasten

2018

2019

2020

2021

2022

   

 

     

Lasten

976.180

630.705

630.705

630.705

630.705

Beschikking reserve

-485.482

-469.500

-469.500

-469.500

-469.500

Netto-last

490.698

161.205

161.205

161.205

161.205

 

 

Verloop reserve onderhoud wegen

       

 

2018

2019

2020

2021

2022

   

 

     

Stand per 1 januari

4.233.257

3.747.775

3.278.275

2.808.775

2.339.275

Beschikkingen:

 

 

     

onderhoud wegen

-485.482

-469.500

-469.500

-469.500

-469.500

   

 

     

Stand per 31 december

3.747.775

3.278.275

2.808.775

2.339.275

1.869.775

Riolering

Kerncijfers

vrij verval riolering:

  • gemengd riool                   66.165 meter     74   %
  • vuilwaterriool                      2.922 meter      3,2 %
  • hemelwaterriool             20.394 meter     22,8 %
  • totaal                                      89.481 meter

rioolgemalen                                               19 stuks

drukriolering:

pompunits                                                  413 stuks

  • persleiding                          81.339 meter
  • bergbezinkbassins                      5 stuks

In 2018 is het aantal pompunits en meters persleiding aanzienlijk toegenomen ten opzichte van voorgaande jaren. Dit in verband met de overname van alle pompunits van het recreatieschap binnen de gemeentegrenzen van Brielle.

Beleidskader

Gemeenten zijn op basis van de Wet Milieubeheer verplicht te beschikken over een gemeentelijk rioleringsplan (GRP).
Eind 2016 is een nieuw GRP aan de raad aangeboden en vastgesteld. Dit GRP 2017-2021 vervangt het oude vGRP 2012-2016. In dit nieuwe GRP zijn de zorgplicht voor de riolering, hemelwater en grondwater geborgd.

In de lijn met de Leidraad Riolering, NEN-publicaties en CROW-normeringen worden de volgende kwaliteitsniveaus onderscheiden:

  • hoog:  goed onderhouden, bijna niets op aan te merken, zelden overlast
  • basis: voldoende onderhouden, hier en daar wat op aan te merken, af en toe overlast
  • laag:   sober onderhouden, achterstanden bij onderhoud, vaak overlast

In het nieuwe GRP wordt doorgegaan met het huidige beleid en kwaliteitsniveau. In de meeste gevallen wordt het niveau “basis” nagestreefd en in enkele gevallen “hoog”. Uit de nulmeting voor het GRP 2017-2021 is naar voren gekomen dat het huidige kwaliteitsniveau overeenkomt met “basis”.

Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties

In het GRP zijn voor 2019 de volgende werkzaamheden voorzien:

Inrichten web omgeving voor waterbeleid en –advies

  • Ondersteuning planvorming
  • Onderzoekskosten naar kwetsbaarheid bij neerslag, meten en monitoren en actualisatie systeem.
  • Inspectie riolering (ca. 8 km/jr.)
  • Reinigen kolken
  • Dagelijks onderhoud riolering en drainage

De rioolheffing wordt geheven van de gebruikers van percelen waarvan afvalwater (in)direct op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. Het tarief bedraagt in 2018 € 219,- (tarief 1) voor de eerste 400 m3; daarna € 77,20 (tarief 2) voor iedere volle 100 m3. Tot en met 2019 is jaarlijks een verhoging voorzien van 2,5%.

Jaar      verhoging   tarief 1     tarief 2

2017        2,5%         € 214         € 75,30                                             

2018        2,5%         € 219         € 77,20

2019        2,5%         € 224         € 79,10

2020           0%          € 224         € 79,10

2021           0%          € 224         € 79,10

2022           0%          € 224         € 79,10

Teneinde grote jaarlijkse schommelingen in het tarief rioolheffing te voorkomen is de reserve egalisatie rioolheffing in het leven geroepen.

Lasten en dekking
Alle rioleringslasten zijn verantwoord op programma 2. De verschillen ten opzichte van de begroting van de kapitaallasten van uitgestelde investeringen worden gestort in de voorziening riolering. De overige mutaties worden gestort in de reserve egalisatie rioolheffing. De voorziening wordt vanaf 2017 ingezet voor vervangingsinvesteringen.

Kosten, baten en dekking riolering en waterzuivering

     

Lasten

2018

2019

2020

2021

2022

   

 

     

Lasten -/- baten

2.204.724

1.957.958

1.890.976

1.943.486

1.995.532

Verrekening reserve

-343.689

-42.404

35.778

-5.532

-57.578

Te dekken via rioolrecht

1.861.035

1.915.554

1.926.754

1.937.954

1.937.954

 

 

 

     

Aantal aansluitingen woningen

7.506

7.558

7.608

7.658

7.658

Tarief rioolrecht

219

224

224

224

224

Opbrengst rioolrecht

1.643.744

1.692.915

1.704.115

1.715.315

1.715.315

 

 

 

     

Aantal aansluitingen

2.815

2.815

2.815

2.815

2.815

Tarief rioolrecht

77,20

79,10

79,10

79,10

79,10

Opbrengst rioolrecht

217.291

222.639

222.639

222.639

222.639

 

 

 

     

Saldo voorziening (eind boekjaar)

367.213

0

0

0

0

Saldo reserve (eind boekjaar)

1.112.689

1.070.285

1.106.063

1.100.531

1.042.953

Openbaar Groen

Beleidskader

In 2017 is het nieuwe groenbeheerplan 2017– 2021 vastgesteld.

In dit nieuwe groenbeheerplan wordt naast de beeldwaarde en het versterken van de leefbaarheid van het groen met name gekeken naar het bevorderen van biodiversiteit, vasthouden van (regen)water en het geven van koeling.

Ten aanzien van de groenstructuur worden de volgende kwalificaties genoemd.

  • Veiligheid
  • Efficiënt
  • Betrokken
  • Duurzaam

Het beheer is opgebouwd uit het dagelijks onderhoud, groot onderhoud en vervanging/herinrichting. Er worden keuzes vastgelegd voor de kwaliteit van het (dagelijks en groot) onderhoud, hoe om te gaan met de doorontwikkeling van het groen bij herinrichtingen en meer natuurgericht beheer en de duurzaamheid in het beheer.

Beeldvorming

De kwaliteit in gemeente Brielle wordt gemeten aan de hand van de landelijke systematiek beeldkwaliteit van de CROW . Bij het beeldgericht werken wordt op kwaliteit gestuurd met behulp van beelden/foto’s. Met herkenbare foto’s en eisen zijn belanghebbenden binnen en buiten de organisatie beter te informeren over de doelstellingen en de resultaten van de verschillende beheermaatregelen.

De streefkwaliteit voor het openbaar groen is vastgesteld op het kwaliteitsniveau B (gemiddeld, want A en C komen ook voor) conform de landelijke kwaliteitsnormering van de CROW.

  • Centrum en begraafplaatsen
    • De beoogde kwaliteit van de inrichting in centrum en op begraafplaatsen is hoger (kwaliteit A).
  • Woongebieden
    • De beoogde kwaliteit van de inrichting in woongebieden is gemiddeld kwaliteit B. Dit houdt in dat er plaatselijk een kwaliteitsverbetering noodzakelijk is.

 Uit het beleidskader voortvloeiende (financiële) consequenties

Voor 2019 is een concept werkprogramma 2019 opgesteld. Hierin staan de volgende straten en/of terreinen genoemd:

  • Nieuwland-Oost, aanpak beheerproblemen
  • Wijk Meeuwenoord, opknappen schade door bouwactiviteiten en achterstallig onderhoud
  • Wallen, monitoring stabiliteit etc.
  • Nog nader te bepalen renovaties

Openbaar groen, excl. personeelslasten, overhead en kapitaallasten

   

Lasten

2018

2019

2020

2021

2022

personeel van derden

13.450

13.450

13.450

13.450

13.450

gereedschap

388.100

388.100

388.100

388.100

388.100

volgens bestek / contract

182.561

182.561

182.561

182.561

182.561

onderhoud plantsoenen

312.436

150.000

150.000

150.000

150.000

renovatie

22.300

22.300

22.300

22.300

22.300

aankoop plantmateriaal

38.070

38.070

38.070

38.070

38.070

bloembakken, wandelpaden en fontein

23.000

23.000

23.000

23.000

23.000

verwerken plantsoenafval

25.000

25.000

25.000

25.000

25.000

onderhoud na wijkschouw

26.160

28.324

28.324

28.324

28.324

diversen

1.031.077

870.805

870.805

870.805

870.805

beschikking reserve

-305.300

-375.300

-375.300

-375.300

-375.300

 

 

 

 

 

 

netto-last

725.777

495.505

495.505

495.505

495.505

 

 

 

Verloop reserve renovatie openbaar groen

       

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand per 1 januari

3.078.069

2.772.769

2.397.469

2.022.169

1.646.869

Beschikkingen:

 

       

renovatie

-305.300

-375.300

-375.300

-375.300

-375.300

Stand per 31 december

2.772.769

2.397.469

2.022.169

1.646.869

1.271.569

Haven

Beleidskader

Van oudsher zijn de binnenhavens versterkt met kaden. Binnen de vesting is in totaal circa 1.633 strekkende meter kademuur aanwezig. Sinds 2001 worden kademuren geïnspecteerd en zo nodig gerestaureerd. In 2018 is ontdekt dat de fundering van ca. 50 meter kademuur aan het Slagveld was aangetast door houtrot. Om gevaarzetting te voorkomen is direct opdracht gegeven deze kademuur te renoveren. Vanwege de diepe funderingslaag geen eenvoudige klus. In juli is met de werkzaamheden begonnen en on november zal het werk worden opgeleverd.

Binnen de vesting van Brielle zijn de volgende kademuren aanwezig:

 

 

Gerestaureerd

nog te restaureren

 

 

in jaar

meters

meters

Slagveld

bij verzorgingstehuis

1987

103

 

Maarland NZ

tussen Kippebrug en Julianabrug

2001

118

 

Maarland NZ

vanaf Heijmans tot Kippebrug

2002

95

 

Scharloo

 

2003

24

 

Turfkade

 

2003

240

 

Zuidspui

Turfkade

2003

60

 

Zuidspui

Scharloo

2003

60

 

Lijnbaan

bij Kaaibrug

2004

18

 

Slagveld

bij Kaaibrug

2004

45

 

Maarland ZZ

tussen Julianabrug en Kippebrug

2005

126

 

Maarland NZ

bij Heijmans ged.

2006

91

 

Scharloo

 

2007

64

 

Batterijweg

Naar oost

2012

22

 

Maarland ZZ

vanaf Julianabrug naar oost

2016

22

 

Molenbrug

 

2016

6

 

Werfje

bij Molenbrug

2016

40

 

Batterijweg

bij Zevenhuizen

 

 

20

Lijnbaan

bij Lijnbaanstraat

 

 

12

Maarland NZ

Julianabrug tot Poortwachterswoning

 

 

173

Maarland ZZ

vanaf Julianabrug naar oost

 

 

134

R. Meeuwiszoonweg

 

 

 

67

Slagveld

bij Molenbrug

2018

50

 

Veerweg

 

 

 

20

 

totaal

 

1.184

426

  

Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties

Naar aanleiding van de problemen met de kademuur aan het Slagveld heeft een duikinspectie plaatsgevonden naar de fundering van alle kademuren. Hieruit is de volgende conclusie te maken: Er is geconstateerd dat van alle kademuren over een lengte van ca. 450 meter de fundering van de kademuren slecht tot zeer slecht is en de komende jaren moeten worden aangepakt. Daarnaast zijn er nog wat kleine reparaties uit te voeren. De totale investering hiervoor moet geraamd worden op ca. € 15.000 per meter. In totaal betreft dit een investering van € 6.750.000. Voorlopig is voor de zeer slechte gedeelten een bedrag van € 2.000.000 opgenomen.

Voor de restauratie van kademuren zijn de volgende (restant) investeringen beschikbaar:

  • renovatie kademuren 2020:      €  1.000.000
  • renovatie kademuren 2021:      €      750.000
  • renovatie kademuren 2022:      €  1.000.000

Naar verwachting kan hiervoor ca. 180 tot 200 m¹ kademuur worden hersteld.

Baggeren

Beleidskader

Het waterschap Hollandse Delta heeft in haar keur eisen vastgelegd voor het beheer en onderhoud van watergangen en sloten in het beheer van de gemeente. Daarnaast zijn er gezamenlijke afspraken over het baggeren vastgelegd in een Stedelijk Baggerplan (2004).
In 2015 zijn met de gemeenten op Voorne-Putten en het waterschap uitgebreide afspraken gemaakt om de baggerwerkzaamheden gezamenlijk uit te voeren. Het waterschap zal de werkzaamheden uitvoeren en de gemeenten betalen hun deel van de kosten. Voor de gemeente Brielle is een aparte afspraak gemaakt in verband met de afspraken over het storten van baggerspecie in de Plas van Heenvliet. Deze afspraken kunnen tot 2020 gestand blijven, daarna is het niet meer mogelijk bagger naar de Plas van Heenvliet af te voeren. In de onderhandelingen met de andere gemeenten op Voorne-Putten en het waterschap moet de komende jaren gezocht worden naar een nieuwe stortlocatie.

In 2018 is door de combinatie Plas van Heenvliet een verzoek ingediend om de plas verder te verontdiepen waardoor dan tot 2022 gebruik gemaakt kan worden van de plas voor het storten van grond en bagger. In de loop van 2018 zal hierover een besluit genomen worden.

 Uit het beleidskader voortgevloeide (financiële) consequenties

Het baggeren van sloten en singels moet 1 keer in de 7 jaar plaatsvinden. In de gemeente Brielle worden deze werkzaamheden gefaseerd uitgevoerd in 3 opeenvolgende jaren.

Omdat de laatste 3-jaars baggercyclus in 2015, 2016 en 2017 is uitgevoerd, zullen er de komende 4 jaren geen baggerwerken uitgevoerd worden. Wel zal jaarlijks een storting plaatsvinden in een reserve ingesteld ter egalisatie van de baggerlasten. Deze reserve zal dan in de nieuwe 3-jaars baggercyclus in 2022, 2023 en 2024 worden aangesproken.


Verloop egalisatiereserve baggeren

       

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand 1 januari

190.240

85.230

128.177

171.124

214.071

Storting reserve

42.947

42.947

42.947

42.947

42.947

Beschikking reserve (gelijk aan de lasten)

-147.957

0

0

0

0

Stand 31 december

85.230

128.177

171.124

214.071

257.018

Gebouwen

Beleidskader

De gemeente bezit een groot aantal gebouwen welke deels bedrijfsmatig en deels functioneel beheerd worden. De gebouwen betreffen onder andere scholen, sportcomplexen, monumenten, woningen, stadhuis en stadskantoor.
Deze gebouwen worden beheerd overeenkomstig het hiervoor eind 2011 begin 2012 opgestelde meer jaren onderhoudsplan (MOP). Daarbij is voor elk gebouw een nulmeting opgesteld dat inzicht geeft in de huidige staat van onderhoud. Samen met de technische levensduur van de verschillende bouwelementen zijn per gebouw voor de korte en middellange termijn de onderhoudswerkzaamheden in beeld gebracht. De uit het MOP voortvloeiende werkzaamheden worden jaarlijks getoetst aan de huidige staat van het gebouw. Door afwijkingen ten opzichte van de technische levensduur kunnen werkzaamheden eerder of later uitgevoerd worden. Om de drie jaar wordt opnieuw een opname van de staat van het onderhoud gemaakt. De gegevens hieruit worden verwerkt in het MOP. 

Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties

Voor een betere aansluiting met het MOP en het verhogen van de beheersbaarheid zijn de budgetten nader onverdeeld in:

  • algemeen onderhoud (klein en reparatie-onderhoud)
  • cyclisch onderhoud (planmatig)
  • onderhoudsabonnementen (periodieke contracten)

De onderhoudslasten zijn over een lange periode in beeld gebracht. In een periode van 30 jaar zullen alle vervangingen minimaal 1 keer uitgevoerd moeten worden. Als de jaarlijkse onderhoudslasten in die periode een grote variatie laten zien, kan ter egalisatie van de lasten een onderhoudsvoorziening worden ingesteld.

Voor de periode 2019-2022 zijn conform het MOP de benodigde budgetten één op één in de begroting opgenomen.

Verkeers- en straatnaamborden

Inleiding

In 2018 zullen alle gegevens uit de bordenscan van 2017 opgenomen worden in het beheerprogramma GBI en kan een beleid en financiële kaders worden vastgesteld. Tevens is een beging gemaakt met het verwijderen van de borden die in de bordenscan werden gewaarmerkt als overcompleet. En worden beschadigde borden vervangen.

De verwachte levensduur van de borden, rekening houdend met vandalismeschade, is als volgt:

  • Verkeersborden              8 jaar
  • Onderborden                    8 jaar
  • Straatnaamborden      10 jaar
  • Komborden                      10 jaar
  • Verkeersbordpalen      20 jaar

Lasten
In 2019 is € 40.230 geraamd voor (verkeers)borden.

Financiering

Algemeen

Ingevolge artikel 13 van het BBV bevat deze paragraaf in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte.

De financieringsparagraaf is sinds 1 januari 2001 verplicht in de begroting. Deze verplichting hangt samen met de invoering per die datum van de Wet fido (wet financiering decentrale overheden). De financieringsparagraaf in samenhang met het in artikel 212 van de Gemeentewet voorgeschreven treasurystatuut vormt een belangrijk instrument in het transparant maken, en daarmee voor het sturen, beheersen en controleren, van de financieringsfunctie. Het treasurystatuut geeft de infrastructuur voor de inrichting van de financieringsfunctie. De uitwerking vindt zijn weerslag in de financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarstukken. In de financieringsparagraaf worden de beleidsplannen aangegeven met betrekking tot het kasbeheer, gemeentefinanciering en het risicobeheer. Uitgangspunt is dat de plannen voldoen aan de richtlijnen van de Wet fido.

Rentevisie

De ECB meldt dat zij zeker nog tot na de zomer van 2019 blijft vasthouden aan de huidige zeer lage rentetarieven.

Financieringsbehoefte

Uit de renteverdeling bij deze begroting blijkt dat het financieringssaldo (=investeringen minus reserves, voorzieningen, leningen en waarborgsommen) zich als volgt ontwikkelt:
2019: € 24,7 miljoen overschot

2020: € 17,3 miljoen overschot

2021: € 8,2   miljoen overschot

2022: € 4,5   miljoen tekort

De komende jaren staan voor ruim 16 miljoen euro aan investeringen gepland. Daartegenover nemen de reserves en voorzieningen af door met name dekking van kapitaallasten. Dit leidt er toe dat de gemeente op enig moment (externe) middelen zal moeten aantrekken om te voorzien in de financiering.

Ontwikkeling leningenportefeuille

Zoals uit het onderstaande overzicht "Mutaties vaste schuld" blijkt, bedraagt het totaal van de leningenportefeuille per 1 januari 2020 € 4,7 miljoen. De huidige leningen hebben geen mogelijkheid tot vervroegde aflossing.

 


Mutaties vaste schuld

2019

2020

2021

2022

(Bedragen x € 1000)

 

 

 

 

Saldo per 1-1

5.843

4.660

3.401

2.271

Nieuwe leningen

 

 

 

 

Reguliere aflossingen

1.183

1.259

1.130

963

Vervroegde aflossingen

0

0

0

0

Renteaanpassing (oud percentage)

0

0

0

0

Renteaanpassing (nieuw percentage)

0

0

0

0

Omzetting vast naar vlottend

0

0

0

0

Omzetting vlottend naar vast

0

0

0

0

Saldo per 31-12

4.660

3.401

2.271

1.307

Gewogen gemiddelde rente %

6,08

6,05

5,99

5,89

Ontwikkelingen lopende leningen

De renterisiconorm is opgesteld met als doel de rentegevoeligheid van de portefeuille van leningen met een looptijd van een jaar of langer te beperken. Dit komt er op neer dat het renterisico in een bepaald jaar niet meer mag bedragen dan een wettelijk bepaald percentage van het begrotingstotaal. Artikel 3 van de Uitvoeringsregeling

Financiering decentrale overheden (UFDO) definieert het renterisico als volgt:

Het renterisico op de vaste schuld in een jaar wordt als volgt berekend: de som van het bedrag aan herfinanciering en het bedrag aan renteherziening op de vaste schuld.

Op basis van artikel 6 van de wet Fido mag het renterisico op de vaste schuld de renterisiconorm niet overschrijden. Het percentage van de renterisiconorm zoals vastgelegd in de Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden is bepaald op 20% van het begrotingstotaal met een minimum van € 2,5 miljoen (artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden).

Renterisiconorm en renterisico's van de vaste schuld per 1-1-2019

Renterisico op vaste schuld(bedragen x € 1000)

2019

2020

2021

2022

1a.

Renteherziening op vaste schuld o/g

0

0

0

0

1b.

Renteherziening op vaste schuld u/g

0

0

0

0

2.

Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b)

0

0

0

0

3a.

Nieuw aangetrokken vaste schuld (o/g)

0

0

0

0

3b.

Nieuw verstrekte lange leningen (u/g)

0

0

0

0

4.

Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b)

0

0

0

0

5.

Betaalde aflossingen

1.183

1.259

1.130

963

6.

Herfinancieringen (laagste van 4. en 5.)

0

0

0

0

7.

Renterisico op vaste schuld (2+6)

0

0

0

0

 

 

 

 

 

 

Renterisiconorm

 

 

 

 

8.

Stand van de vaste schuld per 1 januari

5.843

4.660

3.401

2.271

9.

Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage

20%

20%

20%

20%

10.

Renterisiconorm

11.645

11.940

10.631

10.185

 

 

 

 

 

 

Toets renterisiconorm

 

 

 

 

10.

Renterisiconorm

11.645

11.940

10.631

10.185

7.

Renterisico op vaste schuld

0

0

0

0

11.

Ruimte (+) / Overschrijding (-) (10-7)

11.645

11.940

10.631

10.185

Zoals uit bovenstaand overzicht blijkt, overschrijdt de gemeente de renterisiconorm niet. De rentegevoeligheid van de huidige leningportefeuille is nihil.

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is het maximumbedrag waarmee de gemeente haar (kapitaal-) uitgaven mag financieren met kortlopende financieringsmiddelen (vlottende schuld). Deze limiet wordt berekend als een percentage (8,5) van het totale bedrag van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. Onder vlottende of korte schuld worden schuldtitels gerekend met een looptijd korter dan 1 jaar. Bijvoorbeeld: daggeld- en kasgeldleningen en rekening-courantkrediet.

 

Toetsing kasgeldlimiet (2019 per kwartaal) *

 

1e kw.

2e kw.

3e kw.

4e kw.

Omvang begroting (=grondslag)

58.225

58.225

58.225

58.225

(1)Toegestane kasgeldlimiet

 

 

 

 

- in procenten van de grondslag

8,50%

8,50%

8,50%

8,50%

- in bedrag

4.949

4.949

4.949

4.949

(2) Omvang vlottende korte schuld

0

0

0

231

(3) Vlottende middelen

 

 

 

 

Uitstaande gelden < 1 jaar

2.390

1.590

790

55

Toets kasgeldlimiet

 

 

 

 

(4) Totaal netto vlottende schuld (2) - (3)

-2.390

-1.590

-790

176

Toegestane kasgeldlimiet (1)

4.949

4.949

4.949

4.949

Ruimte (+) / Overschrijding (-); (1) - (4)

7.339

6.539

5.739

4.773

 

 

Toetsing kasgeldlimiet (2019-2022)

 

2019

2020

2021

2022

Omvang begroting (=grondslag)

58.225

59.699

53.153

50.924

(1)Toegestane kasgeldlimiet

 

 

 

 

- in procenten van de grondslag

8,50%

8,50%

8,50%

8,50%

- in bedrag

4.949

5.074

4.518

4.329

(2) Omvang vlottende korte schuld

0

231

1.941

0

(3) Vlottende middelen

 

 

 

 

Uitstaande gelden < 1 jaar (= financieringsoverschot)

2.390

55

55

606

Toets kasgeldlimiet

 

 

 

 

(4) Totaal netto vlottende schuld (2) - (3)

-2.390

176

1.886

-606

Toegestane kasgeldlimiet (1)

4.949

5.074

4.518

4.329

Ruimte (+) / Overschrijding (-); (1) - (4)

7.339

4.898

2.632

4.934

* Bedragen in € (x 1000) per jaar

Uit bovenstaand overzichten blijkt dat de gemeente ruimte heeft om zonodig kortlopende financieringsmiddelen aan te trekken.

Rentelasten en renteresultaat

 

2019

2020

2021

2022

De externe rentelasten over korte en lange financiering

339.728

261.151

181.817

113.666

De externe rentebaten (rente risico-opslagpercentage KZC)

-57.890

-53.474

-49.057

-44.641

Saldo rentelasten en rentebaten

281.838

207.677

132.760

69.025

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

-47.152

-34.611

-21.790

0

De rente van projectfinanciering i.v.m. toerekening aan het betreffende taakveld

0

0

0

0

De rentebaat van door verstrekte leningen

0

0

0

0

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

234.686

173.066

110.970

69.025

Rente over eigen vermogen

4.605.782

4.317.254

4.129.836

3.883.668

Rente over voorzieningen

0

0

0

0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

4.840.468

4.490.320

4.240.806

3.952.693

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

-5.362.371

-5.057.501

-5.221.948

-5.236.116

Renteresultaat op het taakveld Treasury (-/- =voordeel)

-521.903

-567.181

-981.142

-1.283.423

Wijze van toerekening van rente

Investeringen en taakvelden

Het gehanteerde percentage voor 2019 voor toerekening aan investeringen bedraagt 5%. De rentelasten van het betreffende activa worden doorbelast naar de betreffende taakvelden.

Rente over het eigen vermogen

Het gehanteerde percentage aan het eigen vermogen bedraagt 4%.

Grondexploitaties

De toegestane toe te rekenen rente aan bouwgrond in exploitatie wordt gebaseerd op de daadwerkelijk te betalen rente over het vreemd vermogen. De berekende rente is als volgt bepaald: het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille van de gemeente, naar verhouding vreemd vermogen / totaal vermogen.
Door het hoge eigen vermogen ten opzichte van het vreemd vermogen daalt de toe te rekenen rente van 4% in 2015 (vast percentage) tot 0,3% in 2019.
Aan de complexen die rubriceren als materiële vaste activa wordt het omslagpercentage in rekening gebracht, te weten 5%.

Bedrijfsvoering

Inleiding

Bedrijfsvoering bestaat traditioneel uit de onderdelen personeel, informatisering, IT-systemen, administratie, juridische zaken, communicatie, organisatie, financieel beheer en huisvesting. Het betreft het geheel van functies dat dient ter sturing of ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces.

Ambitie college.

Het college richt zich, naast bestaand beleid, in het collegeprogramma 2018-2022 op “Brielle 450 jaar Libertatis Primitiae”, voorts de noodzakelijke energietransitie, duurzaamheid (in de breedste zin van het woord) en circulariteit. Hierbij houdt het college verder, door alle doelstellingen/beleid/activiteiten en maatregelen, de focus op verbinding van: Samen, bouwen, duurzaam en mooi Brielle.
Hierbij is de lijn van het college dat in toenemende mate gebruik wordt gemaakt van de kracht van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties, met een blijvend beroep op de eigen verantwoordelijkheid van deze partners.

Brielle moet financieel gezond blijven, in deze collegeperiode en daarna. Met een solide financieel beleid waarbij structurele uitgaven worden gedekt door structurele inkomsten.

Tenslotte hebben de gemeenteraden van Brielle, Westvoorne en Hellevoetsluis – op basis van een voorstel van de colleges – in april 2016 besloten in te stemmen met de nadere uitwerking van de ambtelijke fusie-organisatie.

Organisatie in ontwikkeling

Genoemde ontwikkelingen en ambities hebben grote impact op wat we doen en hoe we het doen. De organisatie zet daarmee in op gewenste dienstverlening en emancipatie van een actieve samenleving, waarbij de ambtelijke organisatie participeert steeds meer in de samenleving (zoals draagvlak en participatietrajecten, mobiliteit en HNW). Duurzaamheid in de breedste zin van het woord houdt ook in dat de organisatie inzet op het stimuleren van een gezonde leefstijl via sport en bewegen, aandacht voor gezond ouder worden en voor mensen met een beperking.

Begrippen die verder bij de bedrijfsvoering een rol spelen:

  • rechtmatigheid: een gemeente handelt rechtmatig als zij handelt volgens de geldende wet- en regelgeving;
  • betrouwbaarheid: de gemeente heeft haar zaken voor elkaar en voert de wettelijke regels voorspelbaar uit en handhaaft de regels;
  • transparantie: een transparante overheid biedt inzicht in de uitvoering van programma’s en ondersteunende processen;
  • doelmatigheid: met zo min mogelijk input voortbrengen van een bepaalde output of met een bepaalde input een kwalitatief en/of kwantitatief zo goed mogelijke output realiseren;
  • doeltreffendheid: de effecten bereiken die beoogd waren.

Financiële verordening

De gemeenteraad moet nadere regels stellen met betrekking tot de bedrijfsvoering. Dat is bepaald in de Gemeentewet en in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten.

In de Gemeentewet wordt dit expliciet aangegeven bij de volgende onderwerpen:

  • artikel 212: Versterking beleidsmatig karakter financiële verordening. Deze verordening is door de gemeenteraad vastgesteld op 13 december 2016;
  • artikel 213: Versterking aandacht voor rechtmatigheid door het opnemen van een rechtmatigheid oordeel en de accountantsverklaring. Versterking aandacht van de raad voor de rechtmatigheid, de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen. Deze verordening is door de gemeenteraad vastgesteld op 11 november 2003;
  • artikel 213a: Verordening over periodiek onderzoek naar doelmatigheid en doeltreffendheid van het gemeentelijk beleid. Deze verordening is door de gemeenteraad vastgesteld op 9 maart 2004;
  • lokale rekenkamerfunctie: een commissie van de raad of een zelfstandige instelling die doelmatigheid – en doeltreffendheid – en incidenteel rechtmatigheidsonderzoeken doet naar het gemeentelijk beleid.

Personeel en organisatie

Formatie

Onderstaand een overzicht van de formatie 2019 ten opzichte van de formatie 2018

Omschrijving

2018

2019

verschil

raadsleden

1,7000

1,7000

0,0000

burgemeester en wethouders

3,2500

3,7500

0,5000

gemeentesecretaris

1,0000

1,0000

0,0000

griffier

1,0000

1,6000

0,6000

ambtenaren burgerlijke stand

0,1000

0,1000

0,0000

Stafafdeling BZM (waaronder ook 1 fte hoofd BZM + 1fte concerncontroller/projectleider informatisering + 1 fte controller+ 1 fte coördinator website + 1 fte coördinator/bestuursadviseur regionale samenwerking + 0,2 fte security officer en 0,2 fte functionaris gegevensbescherming.)

4,1222

5,4000

1,2778

bureau BOA

11,0111

10,1667

-0,8444

bureau P&O

6,0834

6,0834

0,0000

bureau IZ

9,1140

8,5418

-0,5722

bureau Financiën

5,1250

4,6250

-0,5000

Sector samenleving (hoofd sector + 1fte controller)

2,0000

2,0000

0,0000

afdeling beleid

5,0556

5,6556

0,6000

afdeling burgerzaken

4,1611

4,1611

0,0000

afdeling voorzieningen

9,6917

12,7583

3,0666

afdeling Dukdalf

20,7065

20,7065

0,0000

theaterfunctie

0,8333

0,0000

-0,8333

afdeling museum

3,5556

3,5556

0,0000

Sector grondgebied (hoofd sector + 1fte controller)

2,1110

2,0000

-0,1110

afdeling Ruimtelijke ontwikkeling

17,9572

17,5961

-0,3611

afdeling beheer openbare ruimte

31,8889

30,8889

-1,0000

Totaal formatietijdseenheden

140,4666

142,2890

1,8224

 

Toelichting (belangrijkste) verschillen formatie begroting 2018-2019:

  • Bij college en griffie is de formatie uitgebreid met resp. 0,5 en 0,6 fte.
    Bij de griffie gaat het om formaliseren van bestaande situatie. Te weten: administratieve, secretariële en documentaire ondersteuning vanuit bureau DIV (i.v.m. WOV-vorming) onderbrengen bij griffie.
  • Bij BZM is de vacature bureauchef BOA (0,8444 fte) ondergebracht in de functie hoofd stafafdeling BZM (1 fte) .
    Verder is formatie met 0,4 fte uitgebreid als gevolg van nieuwe regelgeving informatieveiligheid en gegevensbescherming (AVG).
    • Tenslotte is bij bureau Financiën een vacature van 0,5 afgeraamd.
  • Samenleving:
    De subsidie in natura aan stichting Brielle stad van Kunst en cultuur (Bres theater) is door pensionering gewijzigd. Hiermee verdwijnt 0,8333 fte van de personele staat.
    Uitbreiding bij Beleid samenleving met taken o.h.g.v. Kunst en cultuur met 0,6 fte. Door uitsplitsing van de functie medewerker EZ zijn deze taken van sector Grondgebied overgebracht naar Samenleving.
    • Bij afdeling Voorzieningen is 3,0666 uitbreiding fte gerealiseerd.
    • Deze uitbreiding is ingegeven door:

toename aantal cliënten;

nieuwe (meer tijd vragende) werkprocessen (zoals rechtmatigheidseisen);

vraag naar applicatiebeheer;

vraag naar juridische kwaliteitszorg en vertalen van beleid naar uitvoeringsniveau.

  • Grondgebied:
    • Uitbreiding formatie met 1 fte t.b.v. beleidstaken afdeling BOR en vermindering formatie buitendienst BOR door niet vervullen 2 vacatures.

 

Personeelsbeleid

De HRM-visie geeft richting aan het personeelsbeleid.
Dat betekent dat wij werken aan een toekomstbestendige, eigentijdse organisatie vanuit de gemeenschappelijke waarden: ‘vertrouwen, verbinden, verantwoordelijkheid, flexibiliteit, samenwerken, reflectie, externe gerichtheid, en resultaatgerichtheid’. We zijn integer. Wij staan dicht bij het bestuur en de burgers. We zijn omgevingsbewust, we denken niet voor maar luisteren naar en ondersteunen de burgers. We werken samen over verschillende grenzen. We bieden een duurzame en innovatieve werkomgeving, met kansen en ontwikkelmogelijkheden. We maken gebruik van ieders potenties en talenten. We zorgen voor een plezierige arbeidsorganisatie en zijn een aantrekkelijk werkgever. We zijn efficiënt en effectief. Onze werkprocessen zijn helder en transparant. Onze kennis is toegankelijk en geborgd. Door (loopbaan-) ontwikkeling en het verhogen van de mobiliteit doen medewerkers werk dat past bij hun capaciteiten en wensen en bewegen ze duurzaam mee met veranderingen in de maatschappij, de omgeving en organisatie.

HRM pakt hierin zowel de operationele als de strategische rol. HRM is zowel gericht op het ondersteunen van medewerkers als managers, als op het controleren en bewaken van processen.

De focus van HRM ligt op:

  • Basis op orde
  • Duurzaam inzetbaarheid
  • Onderhouden van het “huis van werkvermogen”.

Dit “huis” legt de relatie van gezondheid, competenties, normen, waarden en werkomstandigheden met inzetbaarheid.

Concreet zijn of worden de volgende zaken opgepakt:

  • De basis wordt gevormd door een goede inrichting van systemen en actuele werkprocessen voor een goed en efficiënt werkende personeels- en salarisadministratie. Daarbij dient de verbinding te worden gelegd tussen systemen (E-HRM), bijbehorende werkprocessen en medewerkers, gelet op de noodzakelijke toepassing in de praktijk.
    Verder het onderzoeken, implementeren en uitrollen van een ARBO-management-systeem en uitvoering geven aan de RI&E’s.

Tenslotte valt ook actualisering lokale (arbeidsvoorwaarden) regelingen onder dit begrip.

  • Behouden vitaliteit en werkvermogen

Duurzaam personeelsbeleid wordt verder doorontwikkeld. Dit betekent bevorderen instroom van jongeren en ouderen langer te laten doorwerken. Er wordt daarmee gewerkt aan preventie- en vitaliteitsbeleid.
Voorts wordt uitvoering van de Wet banenafspraak en quotum arbeid beperkten voortgezet.
Passende begeleiding is noodzakelijk en moet worden ontwikkeld. Tot 2022 moet Brielle in totaal 8 banen van minimaal 25,5 uur invullen.

  • Gezondheid/leefstijl/beweging/voeding/bewustwording

HRM geeft verder uitvoering “duurzame inzetbaarheid” waarbij de focus ligt op mobiliteit (loopbaanontwikkeling) en vitaliteit. In dit beleidskader past ook de aandacht voor autonomie van medewerkers in hun werk (zoals bij schuiven met taken ten behoeve van functievorming garantiebanen), net als het faciliteren van ruimte om te leren (opgenomen in strategisch opleidingsplan). Natuurlijk speelt bij vitaliteit de aandacht voor gezondheid een rol.
Verschillende activiteiten zijn opgenomen in de kalender van Brielle Beweegt en wordt samenwerking met WOV-gemeenten (“Voorne vooruit”) gezocht.

  • Mobiliteitsmanagement in WOV verband
    Het blijft een (politiek en CAO) thema om inhuur (duur interim-personeel) te beperken. De realiteit is echter dat de inzet van externen soms noodzakelijk is vanwege specifieke kennis/projecten, ter voorkoming van werkdruk en om fluctuaties op te vangen. Met de vorming van de WOV zal in breder verband worden gewerkt aan dit thema.
  • Ontwikkelen en opleiden
    Maatschappelijke ontwikkelingen, nieuw collegeprogramma, wettelijke richtlijnen en interne stuurgetallen vragen om doorontwikkeling van medewerkers. Daarom wordt o.a. geïnvesteerd in opleiding en ontwikkeling van medewerkers. In dit verband spelen leidinggevenden een cruciale rol in de diverse veranderingsprocessen. Waarmee er extra aandacht is voor leiderschapsontwikkeling. Verder het vergroten van veranderingsmogelijkheden en weerbaarheid (fusie-Fit) van medewerkers en het voorkomen van uitval als gevolg van veranderonzekerheid van medewerkers.
  • Motivatie en betrokkenheid

Het proces tot vormgeving van een ambtelijke fusieorganisatie op Voorne zal in 2019 gevolgen hebben voor de organisatie. Dit vraagt extra aandacht voor betrokkenheid en motivatie van medewerkers in de veranderingen die hiermee op hen afkomen. Naast voortgang in de eigen taken zal er extra inzet (zoals overwerk, inhuur, formatie) nodig zijn om de fusie voor te bereiden.              

 

CAO

Bij de ontwikkeling van personeelsbeleid moet ook rekening worden gehouden met de bindende afspraken uit CAR/UWO. De huidige cao loopt tot 1 januari 2019.
In de nieuwe onderhandelingen staat harmonisatie van verlofregelingen op de agenda.
Verder staat in 2019 de voorbereiding op de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) op 1 januari 2020 op de agenda.
Hiermee wordt de CAR-UWO omgevormd tot een Cao Gemeenten. Die nieuwe Cao Gemeenten moet ingaan op 1 januari 2020 conform de dan geldende wet- en regelgeving.

Verwacht wordt dat in de nieuwe Cao een salarisstijging wordt geaccordeerd.

Kijkend naar andere recent afgesproken Cao’s ligt een gefaseerde stijging van 2,5% in de verwachting.
Dit betekent – zoals ook al is vermeld in de Kadernota - een stijging van de loonkosten in 2019 met € 220.000. Dit bedrag is in de begroting opgenomen.

ABP

Het ABP maakte bekend dat de pensioenpremie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen voor 2019 uit stijgt tot 25,1% van de pensioengrondslag. De premie voor 2018 bedraagt 22,9%. De premie stijgt volgens deze schatting dus in 2019 met 2,2%-punt. De pensioenpremie stijgt daarmee sterker dan in 2017 door de Pensioenkamer geprognotiseerd was. De stijging van de werkgeverslasten (70% van de premie) bedraagt bij benadering € 125.000.

Opgemerkt dient te worden dat gemeenten via het accres (loon- en prijscompensatie), binnen de algemene uitkering van het gemeentefonds gecompenseerd worden voor hogere rijksuitgaven (“trap op, trap af methodiek”).

 

Arbeidsomstandigheden

Om tot een goed Arbobeleid te komen is een arbobeleidsplan opgesteld. De uitwerking van dit plan moet bijdragen aan het behalen van de organisatiedoelstellingen en aansluiten op de risico’s binnen de organisatie.

 

A&O Fonds

Het A+O fonds kent een aantal subsidieregelingen gericht op medewerkers ter vergroting van kennis en vaardigheden en ondersteunt tevens de organisatie op het terrein van arbeidsmarkt en personeelsbeleid.

De wijze van financiering van het A+O fonds is gewijzigd. Tot 2018 werd een bedrag in het gemeentefonds gestort en vervolgens uitgenomen en direct door het rijk aan het fonds overgemaakt. In 2018 is de algemene uitkering van het gemeentefonds verhoogd en verdeeld over de gemeenten op basis van de maatstaf aantal inwoners. Gemeenten maken vervolgens hun bate over naar het A+O fonds. Er dient budget voor de te betalen bijdrage gegenereerd te worden.

Facilitaire dienstverlening

Documentaire Informatie Voorziening.

In de afgelopen jaren zijn de diverse archiefverzamelingen die zich onder het beheer van de gemeente bevinden gesaneerd, nabewerkt en geïnventariseerd. Dit betreffen met name de te bewaren archieven tot het jaar 2000 die zijn geplaatst in zogenaamde 10-jaren blokken. De te bewaren archiefverzamelingen die wettelijk gezien overgebracht moeten worden naar de openbare archiefbewaarplaats van het Streekarchief Voorne-Putten zijn daar inmiddels ook naar toe overgebracht. Grotendeels voldoet ons archief- en informatiebeheer aan de (wettelijke) eisen op basis van de door de VNG opgestelde Kritische Prestatie Indicatoren, KPI’s. Enkele zaken voldoen nog niet, zoals het klimaat in de archiefruimte van het stadskantoor. Hierover is door de archiefinspecteur in 2018 een rapportage uitgebracht en zijn afspraken gemaakt voor een oplossing hiervan.

Verder voldoen wij met name niet (volledig) aan de nieuwe eisen t.a.v. kwaliteitsbeheer en het digitale documentenbeheer. Dit zijn ingrijpende maatregelen die genomen moeten worden en hiervan is gesteld dat dit voor alleen onze gemeente niet meer lonend is. Dit is ingegeven door het feit dat de gemeente Brielle samen met de gemeenten Hellevoetsluis en Westvoorne in 2019 één ambtelijke organisatie zal gaan vormen. Hierbij zal dan ook één nieuwe, geïntegreerde afdeling DIV ontstaan, waarbij alle zaken m.b.t. kwaliteitsbeheer en de digitale documentatie uiteraard meegenomen zullen worden.

Een verdere doorontwikkeling van het in gebruik zijnde Document Management Systeem (DMS) Corsa is mede door de aanstaande ambtelijke fusie ook niet verder doorgezet. Wel is al eerder de module Corsa Bestuur geïmplementeerd en hierdoor is het proces van de bestuurlijke besluitvorming geheel digitaal ingericht. Voor de overige documentbehandeling is er een hybride werkomgeving, waarbij het papier nog altijd leidend is. Alle documenten worden wel digitaal de organisatie in gestuurd en de medewerkers werken verder digitaal. Ook worden er in Corsa digitale zaakdossiers aangelegd. De documenten worden echter nog wel fysiek bij DIV bewaard en gearchiveerd.

Voor de nieuwe Werkorganisatie Voorne (de ambtelijke fusie van de drie gemeenten) is gekozen voor het zaaksysteem en DMS van Dimpact en de hierbij behorende e-suite. In een werkgroep is men druk bezig alle processen van de gemeenten en de nieuwe werkorganisatie in beeld te brengen en in te voeren in het nieuwe systeem, zodat bij de start van de WOV de organisatie geheel digitaal kan werken.

 Overige facilitaire zaken

In het kader van de voorbereidingen op de nieuwe werkorganisatie zullen contracten, regelingen en afspraken op facilitair gebied waar mogelijk reeds vanaf 2019 geharmoniseerd worden tussen de drie facilitaire organisaties. Hiervoor zijn vanaf begin 2018 diverse werkgroepen actief. Zo zal ingaande 2019 gewerkt gaan worden met een facilitair meldpunt (Topdesk) dat door alle medewerkers gebruikt kan gaan worden voor het doen van meldingen, verzoeken en reserveringen op facilitair gebied.

Verbonden partijen

Algemeen

Ingevolge artikel 9 van het BBV dient in de begroting een afzonderlijke paragraaf te worden gewijd aan verbonden partijen. Artikel 15 van het besluit geeft vervolgens aan dat in deze paragraaf tenminste aandacht moet worden geschonken aan:

  • visie op de beleidsvoornemens omtrent verbonden partij
  • lijst van verbonden partijen met onderverdeling naar;
    1. Gemeenschappelijke regelingen;
    2. Vennootschappen en coöperaties;
    3. Stichtingen en verenigingen, en;
    4. Overige verbonden partijen;
  • het openbaar belang dat op deze wijze behartigd wordt
  • de veranderingen die zich hebben voor gedaan
  • het eigen vermogen en vreemd vermogen van de verbonden partij
  • het resultaat van de verbonden partij
  • eventuele risico’s voor de financiële positie van gemeente.

In deze paragraaf wordt inzicht geboden in participaties van de gemeente in derde rechtspersonen waarin bestuurlijke invloed bestaat én waarmee financiële belangen gemoeid zijn. Dat zijn deelnemingen (vennootschappen), gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en verenigingen. De gemeente heeft met heel veel partijen een relatie. Het is niet de intentie om over alle relaties te rapporteren. De gemeente participeert o.a. in:

Gemeenschappelijke regelingen

  • Metropoolregio Rotterdam Den Haag
  • Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR)
  • Streekarchief
  • Syntrophos
  • Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW)
  • Recreatieschap Voorne-Putten-Rozenburg
  • Financieel Koepelschap Buitenstedelijk Groen
  • Gemeenschappelijke regeling tot instandhouding van de Dienst Centraal Milieubeheer Rijnmond (DCMR)
  • Voorne-Putten Werkt.
  • Samenwerkingsverband Regionaal OpsporingsTeam Sociale recherche (ROTS).
  • GR Leerplichtadministratie
  • Openbare Gezondheidszorg Rotterdam Rijnmond (OGZRR)
  • Gemeenschappelijke Regeling Samenwerkende gemeenten Jeugdhulp Rijnmond

Vennootschappen en coöperaties

  • NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
  • N.V. Eneco
  • Stedin Holding N.V.
  • B.V. Gemeenschappelijk Bezit Evides

Stichtingen en verenigingen

  • Raad voor het Publiek Belang (St. CJG Rijnmond) (als onderdeel van de OGZRR)

Overige verbonden partijen

  • Geen.

Metropoolregio Rotterdam Den Haag

Globale taakstelling c.q. visie

De Metropool Rotterdam Den Haag (MRDH) is een gemeenschappelijke regeling van 23 gemeenten. De gemeenten bundelen hun krachten om het gebied beter bereikbaar te maken en het economisch vestigingsklimaat te versterken. De MRDH bestaat uit twee pijlers, de Vervoersautoriteit (Va) en Economisch Vestigingsklimaat (EV).

Betrokkenen

23 gemeenten in de regio Rotterdam Den Haag

Bestuurlijk belang

Vertegenwoordigers: burgemeester G.G.J. Rensen (AB), wethouder A.A. Schoon (bestuurscommissie EV) en wethouder R.M. van der Kooi (bestuurscommissie VA).

Financieel belang

De bijdrage per inwoner wordt gesteld op € 2,58 per inwoner. Bijdrage 2019 € 43.868.

Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR)

(vestigingsplaats: Rotterdam)       

De VRR heeft als doelstelling:

- het geven van invulling aan de regionale taken ten aanzien van het waarborgen van de fysieke veiligheid van de regio en het voorbereiden op rampenbestrijding en crisisbeheersing en de hiermee verband houdende multidisciplinaire samenwerking waaronder de Gemeenschappelijke Meldkamer als integraal informatieknooppunt;

- het doelmatig organiseren en coördineren van werkzaamheden ter voorkoming, beperking en bestrijding van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt, het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand, het beperken en bestrijden van rampen en het bevorderen van een goede hulpverlening bij ongevallen en rampen;

- het doelmatig organiseren en coördineren van het vervoer van zieken en ongeval slachtoffers, de registratie daarvan en het bevorderen van adequate opname van zieken en ongeval slachtoffers in ziekenhuizen of andere instellingen voor intramurale zorg;

- het voorbereiden en bewerkstelligen van een doelmatig georganiseerde en gecoördineerde geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen.

Missie:

De VRR staat voor ‘samen sterk' in risicobeheersing, incidentbestrijding en crisisbeheersing door een gezamenlijke inzet van diensten, organisaties, burgers en bedrijfsleven, waardoor schade en leed bij incidenten wordt voorkomen of beperkt.

Visie:

De VRR is een gezaghebbend kennis- en expertisecentrum op het gebied van veiligheid en een betrouwbare zorg en hulpverleningsorganisatie. De VRR brengt kennis, ervaring, burgers, bedrijven en organisaties bij elkaar om daarmee op een effectieve en efficiënte wijze de veiligheid te bevorderen. De VRR is een doelmatige, transparante en open organisatie. Medewerkers geven en nemen verantwoordelijkheid. Zij zijn deskundige professionals die hun werk doen met passie en bevlogenheid in een uitdagende omgeving. Daarbij hoort dat de VRR voortdurend scherp is op maatschappelijke ontwikkelingen, innovatie en de vertaling daarvan naar veiligheid.

De bedoeling:

Iedereen werkt bij de VRR voor de veiligheid op straat. Alles binnen de VRR moet erop gericht zijn te voorkomen dat het mis gaat. Als er iets misgaat, staat de VRR er en helpen zij de mensen zo snel en adequaat mogelijk. Het systeem is daarbij ondersteunend. Dat is ‘de bedoeling’.

Strategie:

Om invulling te geven aan de visie, staat de VRR voor haar taak:

  • De VRR creëert een veilige leefomgeving in Rotterdam-Rijnmond.
  • De VRR levert hulpverlening op maat.

Om deze taken te realiseren, ligt de komende beleidsperiode de nadruk op het volgende:

  • De VRR is hét expertisecentrum voor gezondheid en veiligheid.
  • De VRR staat midden in de samenleving.

Betrokkenen

Deelnemende gemeenten aan de VRR zijn 15 gemeenten: Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Nissewaard, Vlaardingen en Westvoorne.

 

Bestuurlijk belang

Vertegenwoordiger: burgemeester G.G.J. Rensen

Financieel belang                       

Bijdrage 2019               € 1.043.726

EV per 01-01-2019   € 9.228.000            VV per 01-01-2019   € 47.055.000

EV per 31-12-2019   € 8.311.000            VV per 31-12-2019   € 42.521.000

Resultaat 2019             € 0

Streekarchief

(vestigingsplaats: Brielle)

Globale taakstelling c.q. visie

Het beheer van de ingevolge artikel 12, 1e lid en artikel 13, 1e lid van de Archiefwet 1995 overgebrachte archiefbescheiden alsmede het toezicht op het beheer van de niet overgebrachte archiefbescheiden van deelnemers.

Betrokkenen

Deelnemers in de gemeenschappelijke regeling zijn de gemeenten Brielle, Westvoorne, Hellevoetsluis en Nissewaard.

Bestuurlijk belang

Elke deelnemer aan de regeling is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur onder voorzitterschap van de burgemeester van Nissewaard. Het algemeen bestuur bestaat uit de vertegenwoordigers van Nissewaard, Hellevoetsluis, Westvoorne en Brielle. Daarnaast is er een dagelijks bestuur met vertegenwoordigers van Nissewaard, Brielle en Westvoorne.

Deze vertegenwoordiging zal in de loop van 2018 waarschijnlijk wijzigen als er een nieuwe gemeenschappelijke regeling wordt vastgesteld en de burgemeester van Nissewaard zal vertrekken.

 

Vertegenwoordiger Brielle: burgemeester G.G.J. Rensen (voorzitter)

Plaatsvervanger: wethouder R.M. van der Kooi

Financieel belang             

Gemeentelijke bijdrage voor 2019: € 98.879 (excl. teruggave btw € 4.498)

EV per 01-01-2019   €   428.868             VV per 01-01-2019   € 25.000

EV per 31-12-2019   €   436.068             VV per 31-12-2019   € 25.000

Resultaat 2019            €            0

Wijzigingen in het belang

Geen.

Ontwikkelingen c.q. beleidsvoornemens

Diverse ontwikkelingen waren voor het algemeen bestuur aanleiding om onderzoek te laten doen naar de toekomst van het streekarchief. Hierin is o.m. meegenomen de gevolgen van de uittreding van de vm. gemeente Rozenburg en van het Waterschap Hollandse Delta, de problemen met de huidige huisvesting alsmede de nieuwe taken voor het streekarchief, zoals toezicht en inspectie bij de deelnemers en de vorming van een e-depot.

In 2017 heeft het algemeen bestuur van het streekarchief ingestemd met een uitgebracht advies door de gemeentesecretarissen en hoofden DIV van de deelnemende gemeenten. In grote lijnen komt dit erop neer dat het Streekarchief zich gaat ontwikkelen tot een Streekarchief Nieuwe Stijl, waarbij het zwaartepunt zal liggen op het beheer en breed toegankelijk maken en uitdragen van de historische collecties en (overheids)archieven. De nieuwe taken op archiefbeheer zoals de verdere digitalisering, het ontwikkelen van een e-depot en intensiever toezicht en inspectie op het documentaire informatiebeheer van de deelnemende gemeenten, zal (op termijn) worden opgedragen en uitgevoerd aan derde professionele en gespecialiseerde partijen.

Ook dient er een nieuwe gemeenschappelijke regeling te komen vanwege de hiervoor genoemde ontwikkelingen en ontstane nieuwe situatie. Dit zal gevolgen hebben voor de bestuursvorm (intentie is de vorming van een BVO), het bestuur, de stemverhouding binnen het bestuur en de financiële verdeelsleutel tussen de deelnemers.

Risico’s

Door de hiervoor genoemde uittredingen uit de GR van twee deelnemers én de genoemde ontwikkelingen m.b.t. de toekomst van het Streekarchief is inmiddels wel duidelijk geworden dat de kosten zijn toegenomen en daarmee de bijdragen van de deelnemers, dus ook voor onze gemeente. Thans zijn de uittredingen en de kosten voor een aparte archiefinspecteur reeds doorgevoerd in de begroting van het Streekarchief. Of de doorontwikkeling tot het Streekarchief Nieuwe Stijl tot verder kostenstijging zal leiden is wel waarschijnlijk doch nog niet aan te geven.

Syntrophos

(vestigingsplaats: Spijkenisse)

Globale taakstelling c.q. visie

Syntrophos voert voor de deelnemende gemeenten de volgende taken uit:

  • Aanschaf, ontwikkeling, onderhoud, beheer en exploitatie van data en telefonie, hardware, software, netwerken, applicaties, geo-informatie en alle overige ICT ondersteunende systemen;
  • Uitvoering van wettelijke taken op deze terreinen.

 

Die dienstverlening van Syntrophos aan de gemeenten is nader uitgewerkt in een dienstverleningsovereenkomst.

Betrokkenen

De gemeenten Brielle, Nissewaard en Westvoorne.

Bestuurlijk belang

Er is een algemeen en een dagelijks bestuur. In het algemeen bestuur is elk van de deelnemende gemeenten met één lid vertegenwoordigd. In de besluitvorming telt de stem van Nissewaard voor twee, die van elk van de overige gemeenten voor één. De stemverhoudingen weerspiegelen deels de gewichten van de financiële bijdragen aan en de afname van diensten van Syntrophos.
Vertegenwoordiger Brielle: burgemeester G.G.J. Rensen

Financieel belang

Bijdrage 2019        €   1.357.004 (excl. niet-compensabele btw)

EV per 01-01-2019 €           n.b.             VV per 01-01-2019   €          0

EV per 31-12-2019 €           n.b.             VV per 31-12-2019   €          0

Resultaat 2019          €               0

Wijzigingen in het belang

In het begrotingsjaar worden geen veranderingen verwacht.

 

Ontwikkelingen c.q. beleidsvoornemens

In 2019 zal de gemeente Hellevoetsluis naar alle waarschijnlijkheid toetreden tot de gemeenschappelijke regeling Syntrophos. Syntrophos heeft dan vier gemeenten als eigenaren; de gemeente Brielle, Hellevoetsluis, Nissewaard en Westvoorne. Wanneer de werkorganisatie Voorne van start gaat krijgt Syntrophos twee klanten; de gemeente Nissewaard en de WOV. De start van de WOV biedt kansen om de applicaties die worden beheerd door Syntrophos verder te harmoniseren en rationaliseren.

In de begroting 2019 is (financieel) nog geen rekening gehouden met de effecten van de beoogde toetreding van Hellevoetsluis. Zodra bestuurlijke besluitvorming daar aanleiding toe geeft, zal de begroting aangepast worden.

Risico’s

Er zijn geen wijzigingen te melden in het weerstandsvermogen ten opzichte van de jaarrekening 2017. Omdat de deelnemers het risico over Syntrophos dragen is de behoefte aan weerstandsvermogen beperkt.
In geval dat er diensten aan derden worden verleend wordt rekening gehouden met een risico-opslag

Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW)

(vestigingsplaats: Klaaswaal)

Globale taakstelling c.q. visie

Het heffen en invorderen van belastingen, het uitvoeren van de Wet waardering onroerende zaken, administreren van de vastgoedgegevens en het verstrekken van vastgoedgegevens. Bij het SVHW zijn 19 gemeenten, het Waterschap Hollandse Delta en de Regionale Afvalstoffen Dienst Hoeksche Waard aangesloten.

Betrokkenen

Aalburg, Alblasserdam, Albrandswaard, Barendrecht, Binnenmaas, Brielle, Cromstrijen, Goeree-Overflakkee, Hardinxveld-Giessendam, Hellevoetsluis, Korendijk, Krimpenerwaard, Lansingerland, Nieuwkoop, Oud-Beijerland, Strijen, Werkendam, Woudrichem, Zederik, Waterschap Hollandse Delta en Regionale Afvalstoffendienst Hoeksche Waard.

Bestuurlijk belang

Wethouder R.M. van der Kooi is een van de 21 leden van het algemeen bestuur van SVHW.

Financieel belang

Bijdrage 2019              € 176.000

EV per 01-01-2019   € 700.000               VV per 01-01-2019   € 1.789.000

EV per 31-12-2019   € 700.000               VV per 31-12-2019   € 1.710.000

Resultaat 2019             € 0

Wijzigingen in het belang

Gedurende het begrotingsjaar worden er geen veranderingen verwacht.

Ontwikkelingen c.q. beleidsvoornemens

In de begroting 2019 zijn de belangrijkste doelstellingen voor 2019:

  • Handhaven van de schaalgrootte:
    • Binden en boeien van de huidige deelnemers;
    • Volgen van ontwikkelingen bij gemeenten, die hun belastingtaak nog zelfstandig uitvoeren.
  • Basis op orde:
    • Verdere versterking processen en digitalisering (richting 1: processen, ketengericht werken, gegevensuitwisseling);
    • Compleetheid en juistheid van administraties en registraties;
    • Ontwikkeling primaire systemen in samenhang met landelijk stelsel van basisregistraties;
    • Voorbereiding ISAE-3402 implementatie.
  • Dienstverlening:
    • Uitvoeren van de dienstverlening conform DVO;
    • Verdere uitvoering van voor SVHW relevante onderdelen van de Digitale Agenda 2020;
    • Verdere ontwikkeling van het digitale kanaal (o.a. ontsluiten Klantdossier);
    • Sociaal invorderen /stroomlijning invorderingsproces;
    • Invulling/onderzoek richting 2 en 3;
  • Uitvoering Wet WOZ:
    • Verdere implementatie van de interactieve WOZ;
    • Continueren voorbereidingen voor waarderen op gebruikersoppervlak.
  • Samenwerking:
    • Continueren samenwerking collega belastingkantoren;
    • Identificeren en waar mogelijk benutten van samenwerkingsmogelijkheden met andere instanties.
  • Personeel:
    • Competentie ontwikkeling;
    • Implementatie aanpassingen ten gevolge van invoering Wnra.

Risico’s

In de Begroting 2019 is, op basis van aannames, een aantal ontwikkelingen verwerkt waarvan de uitkomsten nog onzeker zijn. Deze ontwikkelingen hebben betrekking op de volgende gebieden:

  • Risico’s op het gebied van de interactieve WOZ/voormeldingen en wijzigingen in de Invorderingswet. De hoogte is nog niet bekend;
  • De hoogte van de proceskostenvergoeding is onzeker. In de Begroting 2019 is een bedrag van 230.000 euro opgenomen. Aanvullend wordt een bedrag van 70.000 euro opgenomen als risico;
  • De verandering in financiering Generieke Digitale Infrastructuur op basis van gebruik resulteert in extra kosten. De exacte hoogte, het volume en het moment van invoering zijn nog onduidelijk. Op basis van het gebruik in 2017 betekent dit een mogelijke aanvullende kostenpost van 210.000 euro

Op basis van bovenstaande risico’s zijn/worden (aanvullende) beheersmaatregelen genomen. SVHW houdt hierbij vast aan een risicomijdend profiel. In de voor- en najaarsnota en jaarrekening 2018 wordt gerapporteerd over de voortgang van de risico’s en de beheersmaatregelen.

Recreatieschap Voorne-Putten-Rozenburg

(gevestigd op het postadres van het secretariaat)

Globale taakstelling c.q. visie

Vanaf 1 januari 2018 is het Recreatieschap voortgezet door de gemeenten Nissewaard, Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne onder de naam gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Voorne-Putten. Staatsbosbeheer voert op dit moment voor het Recreatieschap de beleidstaken, financiën, communicatie, onderhoud en beheer uit.
Omdat de huidige tekst van de gemeenschappelijke regeling op veel onderdelen is verouderd, is de gemeenschappelijke regeling herzien. Wijzigingen in de taken en verantwoordelijkheden van het Recreatieschap zijn in deze herziening niet meegenomen.
Met betrekking tot het toekomstig beheer recreatieschap is in een traject tot nadere vormgeving door de gezamenlijke gemeenten achtereenvolgens het Advies Toekomstig Beheer Natuur- en recreatiegebieden (juni 2017) en de daarop gebaseerde Businesscase aan het bestuur van het recreatieschap voorgelegd. Belangrijkste conclusie uit deze rapportages betreft de scheiding van opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap. Op 19 februari 2018 heeft een vervolgoverleg plaatsgevonden tussen Staatsbosbeheer en vertegenwoordigers van de samenwerkende gemeenten op Voorne-Putten, waarin nadere afspraken zijn gemaakt over het vervolgtraject.

Er is/ wordt een kwartiermaker aangesteld die de scheiding van opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap vorm zal gaan geven en een planning zal maken om:

  • helderheid te creëren over invulling van het product beleidsondersteuning;
  • als nieuwe bestuurssecretaris/ambtelijk opdrachtgever te starten;
  • In 2019 te bezien hoe om te gaan met ondersteunende functies als financiële en juridische zaken en economisch beheer;
  • Na 31 december 2020 volgt nadere besluitvorming over het beheer.

Met betrekking tot de taken en verantwoordelijkheden in het kader van het Recreatieschap na 2018 zullen de uitkomsten aanleiding geven om de gemeenschappelijke regeling te wijzigen.

Betrokkenen

Samenwerkingsorgaan in de vorm van een gemeenschappelijke regeling waarin wordt deelgenomen door de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis, Nissewaard en Westvoorne.

Bestuurlijk belang

Dagelijks bestuur: Vertegenwoordiger: de heer R. M. van der Kooi (voorzitter)

Algemeen bestuur: Vertegenwoordiger: de heer R.M. van der Kooi en de heer H.S.A. Abrahams

Financieel belang.

In de gewijzigde regeling worden de kosten als volgt verdeeld:

  • Nissewaard            64  %
  • Hellevoetsluis      16  %
  • Brielle                        11  %
  • Westvoorne             9  %

Bijdrage 2018 € 111.121; de bijdrage van het koepelschap is in verband met de opheffing toegevoegd aan de bijdrage van het recreatieschap.
Na uittreding van de provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam wordt een belangrijke wijziging in de balanswaarden verwacht.

Beleid

Over de wijze waarop taken worden uitgevoerd wordt nog overleg gevoerd. De gemeenten zullen meer dan voorheen zelf de regie voeren op beleid en ontwikkelingen. Ook zullen de gemeenten zelf meer invloed uitoefenen op beheer van het recreatiegebied en dat meer afstemmen op andere taken in het belang van het recreatiegebied.
De taken van de GZH zijn voor de jaren 2017 en 2018 ondergebracht bij Staatsbosbeheer.  Binnen het samenwerkingsverband Voorne-Putten wordt onderzocht of die samenwerking met Staatsbosbeheer per 1 januari 2019 gecontinueerd wordt.

 Risico’s: De gemeenten en de provincie hebben verklaard om de huidige bijdragen ook voor de komende jaren beschikbaar te houden. De bijdrage van de provincie kan de komende jaren projectmatig worden ingezet. Uittreding van deelnemers uit het recreatieschap kan financiële gevolgen hebben voor de overige deelnemers.

Financieel Koepelschap Buitenstedelijk Groen

(gevestigd: opgeheven)

De gemeenschappelijke regeling Financieel Koepelschap Buitenstedelijk Groen is met ingang van 1 januari 2018 opgeheven. Na de opheffing van dit schap zal de gemeentelijke bijdrage beschikbaar blijven voor de financiering van het recreatieschap.

Beleidsrisico’s: Niet meer van toepassing.

Gemeenschappelijke regeling tot instandhouding van de Dienst Centraal Milieubeheer Rijnmond (DCMR)

(vestigingsplaats: Schiedam)

Globale taakstelling c.q. visie

De dienst heeft tot taak het in standhouden van een centrale meld- en regelkamer en een coördinatie- en informatiepunt handhaving milieuregelgeving, alsmede – met inachtneming van het ter zake door de deelnemer geformuleerd beleid. Voor Brielle betekent dit o.a. adviseren over af te geven beschikking als gevolg van de Wet Milieubeheer, uitvoering van procedures conform wet milieubeheer en de wet Algemene Wet bestuursrecht en controle op de naleving van de Wet milieubeheer, evenals het adviseren over mogelijke toepassing van handhavingsmiddelen ingeval van geconstateerde overtredingen.

Betrokkenen

De provincie Zuid-Holland en de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne.

Bestuurlijk belang

Het algemeen bestuur bestaat uit 19 leden. De Provincie is vertegenwoordigd door 3 leden. De gemeente Rotterdam is vertegenwoordigd door 2 leden. De overige gemeenten zijn per gemeente met 1 lid vertegenwoordig.

Het dagelijks bestuur bestaat uit 6 leden, te weten de voorzitter, de vicevoorzitter en vier andere leden. De voorzitter en één lid voor financiële aangelegenheden wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen op bindende voordracht van gedeputeerde staten van Zuid-Holland. De vicevoorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen op bindende voordracht van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. De drie andere leden komen uit de deelregio’s van de regiogemeenten. Naar aanleiding van een evaluatie is besloten om voor iedere deelregio een lid in het dagelijks bestuur te plaatsen zodat de binding tussen de DCMR en de regiogemeenten versterkt wordt. Voor Voorne-Putten neemt de portefeuillehouder milieu van Westvoorne zitting in het dagelijks bestuur van de DCMR.

Financieel belang

De gemeente Brielle betaalt jaarlijks aan de DCMR een bijdrage voor te leveren werkzaamheden. Op basis van dat budget wordt een (jaar)werkplan opgesteld. Na afloop van een jaar wordt het overschot of tekort niet met de gemeente afgerekend maar door de DCMR in "depot" gehouden. Het saldo van dat depot kan in een volgend jaar gebruikt worden voor een aanvulling op het werkplan. Na iedere termijn van 4 jaren gaat de DCMR over tot afrekening van het saldo. Uitgangspunt is wel dat de beschikbare budgetten volledig aan het milieu worden besteed.

Bijdrage 2019                 €     457.010

EV per 01-01-2019     €  5.754.000             VV per 01-01-2019     €  5.000.000

EV per 31-12-2019     €  3.453.000             VV per 31-12-2019     €  5.000.000

Resultaat 2019
- voor bestemming     €  2.301.000 nadelig
- na bestemming          €              0

Wijzigingen in het belang

Voor 2019 worden de tarieven van de DCMR verhoogd. In het werkplan 2019 wordt hier rekening mee gehouden.

Ontwikkelingen c.q. beleidsvoornemens

In 2019 richt de DCMR zich op de volgende ontwikkelpunten:

Beleidsinformatie:

Het werkplan van 2019 bestaat onder meer uit de programma’s Bedrijven en Gebieden. De inhoud van deze programma's geeft aan welke rol de DCMR in het Rijnmondgebied speelt en welke taken in opdracht van de participanten worden uitgevoerd.

Het doel dat in beide programma’s wordt nagestreefd is een veilig en leefbaar Rijnmondgebied. Hieraan wordt gewerkt door het uitvoeren van de bedrijfsgerichte milieutaken; reguleren, inspecteren en handhaven. De uitvoering van deze bedrijfsgerichte taken is direct verbonden met de gebiedsgerichte taken van de DCMR, waarbij het er om gaat de bedrijvigheid binnen de regio zo goed mogelijk in te passen in de beschikbare milieuruimte die de omgeving biedt.

Voor de DCMR is 2019 een jaar waarin zij een stap willen zetten om de primaire werkzaamheden verder in het teken te stellen van twee landelijke en regionale opgaven: de energietransitie en circulaire economie. Opgaven die door de participanten blijvend hoog op de agenda zijn gezet. Juist om die noodzakelijke verandering voor de Rijnmondse regio te bewerkstelligen. Deze thema’s sluiten perfect aan op de Routekaart Duurzaam Voorne Putten waar deze twee thema’s centraal staan.

Risico’s

DCMR heeft een maatschappelijke doelstelling op het gebied van regulering en handhaving o.b.v. milieuwetgeving. Om deze doelstelling ook in de toekomst te kunnen realiseren treft de dienst waarborgen voor een goede reputatie en een duurzaam gezonde financiële situatie. Dit vindt plaatst in het kader van ‘good public governance’.

Uit het geheel van bedrijfs- en bestuursrisico’s kunnen in hoofdlijn de volgende risico’s voor de DCMR worden benoemd:

1. Het verlenen van toestemming (al dan niet middels een vergunning) voor het uitvoeren van activiteiten waarvoor geen of een anders luidende toestemming had moeten/mogen worden verleend.

2. Het niet of onvoldoende waarnemen van afwijkingen van verleende toestemming.

3. Het niet of onvoldoende anticiperen op waargenomen afwijkingen van verleende toestemming.

4. Verstoringen in de organisatievorming en de bedrijfsvoering van de DCMR.

Aan elk van deze risico’s is bij de sturing en beheersing van de organisatie specifieke aandacht besteed om mogelijke gevolgen zo goed mogelijk te onderkennen en te minimaliseren.

Voorne-Putten Werkt.

(vestigingsplaats: Spijkenisse)

Met ingang van 1 januari 2017 is de GR Voorne-Putten Werkt in werking getreden onder de gelijktijdige beëindiging van de Sociaal Werkvoorzieningsschap De Welplaat en de GR Werk, Inkomen en Zorg (WIZ.) De rechtsvorm is een Gemeenschappelijke Regeling (GR) centrumconstructie (Nissewaard) die afzonderlijk met de inkopende gemeenten (Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne) wordt aangegaan. Brielle is met Nissewaard een Dienstverleningsovereenkomst (Dvo) aangegaan voor zowel de Wsw, als voor de Participatiewet. De Wsw-afdeling “beschut werken” is als BV ondergebracht in het Arbeidsontwikkelbedrijf Voorne-Putten Werkt.

Globale taakstelling c.q. visie

Arbeidsontwikkelbedrijf ‘Voorne-Putten Werkt’ voert de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en re-integratie werkzaamheden uit en is een werkleerbedrijf op het eiland Voorne-Putten en het havengebied. De organisatie heeft een bedrijfsmatig karakter en bouwt in fasen aan een nieuw leerwerkbedrijf die tot doel heeft onze arbeidsregio te versterken. Hiermee wordt een regio met 150.000 inwoners bediend. Voor cliënten die bekend zijn met een bijstandsuitkering wordt alle ondersteuning gegeven om snel als mogelijk in te stromen op de arbeidsmarkt.

Het streven is om door werkaanbod zo veel mogelijk inwoners naar vermogen laten participeren in onze maatschappij. Daarmee kunnen mensen voorzien in hun eigen inkomen, zodat de zelfredzaamheid van mensen wordt verbeterd.

Voorne-Putten Werkt legt de verbinding tussen vraag en het aanbod van werk. Hierbij wordt uitgegaan van een inclusieve arbeidsmarkt voor iedereen. Een arbeidsmarkt die plaats biedt aan jongeren en ouderen en aan mensen met en zonder beperking. Daarbij wordt gewerkt aan de doelstelling van de Participatiewet; iedereen met arbeidsvermogen duurzaam naar werk toe leiden, bij voorkeur regulier werk. Voor wie dat nog niet haalbaar is, wordt gewerkt aan de hoogst haalbare vorm van participatie.

Betrokkenen

Wsw: Brielle, Hellevoetsluis, Nissewaard en Westvoorne.

Participatiewet: Nissewaard en Brielle

Bestuurlijk belang

Deze gemeenschappelijke regeling wordt aangemerkt als een lichte vorm van samenwerking, waarbij het college van Nissewaard (centrumgemeente) door het college van Brielle is gemandateerd om op basis van in de dienstverleningsovereenkomsten omschreven afspraken, de wettelijke taken uit te voeren.

Financieel belang

De taken zoals beschreven in de GR/DVO’s worden uitgevoerd door de centrumgemeente. De daarvoor in de afzonderlijke begroting van Brielle opgenomen gelden worden maandelijks overgeheveld naar de centrumgemeente. De centrumgemeente legt over de bedrijfsvoering verantwoording af. Aan het eind van ieder kalenderjaar vindt de jaarlijkse eindafrekening plaats. Over de kosten van bedrijfsvoering wordt voorafgaand door de centrumgemeente een (geactualiseerde) kostenbegroting opgesteld. Na instemming door de betrokken gemeenten worden de kosten volgens overeengekomen bedragen en tijdstippen met elkaar verrekend. De bijdrage voor 2019 bedraagt € 765.400.

De gemeente Nissewaard heeft voor de uitvoering van de WSW voor de jaren t/m 2019 een dalend productprijs gegarandeerd. Als vestigingsgemeente ontvangt Nissewaard voor alle WSW-werknemers een rijkssubsidie. Omdat deze onvoldoende is om de totale lasten van de WSW-verbanden te dekken, wordt door de gemeenten een aanvullende bijdrage betaald. In de programmabegroting 2019-2022 is rekening gehouden met een aanvullende bijdrage van € 30.000 per jaar.

Wijzigingen in het belang

Geen.

Ontwikkelingen c.q. beleidsvoornemens

Geen

Risico’s

De gemeenten Hellevoetsluis en Westvoorne hebben de werkzaamheden betreffende de Participatiewet nog niet in de GR Voorne-Putten ondergebracht. Op dit moment is het niet duidelijk of en welke (financiële) consequenties er voor Brielle zijn als Hellevoetsluis en Westvoorne de re-integratie werkzaamheden niet onderbrengen bij het AOB.

Samenwerkingsverband Regionaal OpsporingsTeam Sociale recherche (ROTS).

(vestigingsplaats Nissewaard)

Uitvoerder van deze overeenkomst is per 01-01-2005 de Gemeente Nissewaard. Aangesloten gemeenten zijn, naast de gemeente Nissewaard, de gemeenten Westvoorne, Brielle, Hellevoetsluis en Goeree-Overflakkee.

Het doel van ROTS is het voorkomen en bestrijden van fraude en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke uitkeringen en sociale voorzieningen. Hiertoe hebben de ROTS-gemeenten sociaal rechercheurs aangewezen als toezichthouders met ruime bevoegdheden om fraude effectief en efficiënt via bestuursrechtelijke trajecten te onderzoeken.

De kosten voor de uitvoering worden voor 2019 op € 31.400 geraamd.

GR Leerplichtadministratie

(vestigingsplaats: Nissewaard)

In 2012 is de Gemeenschappelijke regeling Leerplichtadministratie (tot 23 jaar) Bernisse, Brielle, Hellevoetsluis, Spijkenisse en Westvoorne in werking getreden.

De gemeente Nissewaard treedt daarbij op als centrumgemeente.

De regeling voert de administratieve taken uit die verbonden zijn aan de Leerplichtwet voor de aangesloten deelnemers. Het betreft ongeveer 1.900 leerlingen en 300 kwalificatieplichtigen. De wettelijke juridisch bepaalde taken zijn voorbehouden aan de Leerplichtambtenaar, die door burgemeester en wethouders is aangesteld.

Openbare Gezondheidszorg Rotterdam Rijnmond (OGZRR)

(vestigingsplaats: Rotterdam)

Globale taakstelling c.q. visie

Het openbaar lichaam OGZRR stelt zich ten doel:

  • het beschermen en bevorderen van de gezondheid van de bevolking of van specifieke groepen daarbinnen in het rechtsgebied van het lichaam;
  • het voorkomen en het vroegtijdig opsporen van ziekten onder de bevolking;
  • alles wat met het bovenstaande in de ruimste zin verband houdt.

In het kader van de gemeenschappelijke regeling OGZRR is het college van de gemeente Rotterdam verantwoordelijk voor de organisatie en het beheer van de GGD Rotterdam Rijnmond (GGD RR) als uitvoerende organisatie.

Betrokkenen

Het rechtsgebied van de OGZRR omvat het grondgebied van Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle a/d IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne.

Bestuurlijk belang

Per gemeente wordt één lid en één plaatsvervangend lid aangewezen voor het algemeen bestuur (AB) van de OGZRR. Het AB heeft de bevoegdheid op voorstel van het dagelijks bestuur over de omvang en inhoud van het basistakenpakket en de tarieven hieraan gekoppeld te besluiten (regiobegroting OGZRR). Verder behoren alle andere bevoegdheden in het kader van de gemeenschappelijke regeling OGZRR, die niet aan een ander orgaan zijn opgedragen, aan het AB.

Financieel belang

Bijdrage 2019 vast deel basis pakket          €   89.100
Bijdrage 2019 variabel deel                              €   17.100

EV per 01-01-2019   n.v.t.            VV per 01-01-2019   n.v.t.

EV per 31-12-2019   n.v.t.            VV per 31-12-2019   n.v.t.

Resultaat 2019            n.v.t.

Wijzigingen in het belang

Verwachte veranderingen die zich in het begrotingsjaar zullen voordoen: Geen.

Ontwikkelingen c.q. beleidsvoornemens

Onbekend.

Risico’s

Onbekend

Gemeenschappelijke Regeling Samenwerkende gemeenten Jeugdhulp Rijnmond

(vestigingsplaats: Rotterdam)

Globale taakstelling c.q. visie

Kwalitatief goede en efficiënte uitvoering van bovenlokale taken[1] (door middel van het contracteren en/of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp en uitvoerders van jeugdreclassering en jeugdbeschermingsmaatregelen) en taken die vallen onder het landelijke transitiearrangement[2], met inachtneming van de bepalingen in de Jeugdwet. Het gaat hierbij om de uitvoering van jeugdreclassering en jeugdbeschermingsmaatregelen (JB/JR), de uitvoering van gesloten jeugdhulp, crisiszorg, pleegzorg, residentiële, intramurale zorg en/of ambulante specialistische zorg voor jeugdigen. Deze taken zullen aanvullend en in aansluiting op het lokale aanbod uitgevoerd worden.

Daarnaast beoogt de GR het bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten inzake de uitvoering van de jeugdhulptaken.

Betrokkenen

Gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle a/d IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne.

Bestuurlijk belang

Per deelnemende gemeente wordt één lid en één plaatsvervangend lid aangewezen voor het Algemeen Bestuur (AB). Vanuit het AB wordt een Dagelijks Bestuur (DB) aangewezen. Het DB bestaat uit maximaal 4 leden, met dien verstande dat het lid van het AB dat door het college van de gemeente Rotterdam is aangewezen in ieder geval deel uitmaakt van het DB. Tevens vormt het DB een afspiegeling van de verschillende subregio’s in het rechtsgebied van het openbaar lichaam.

Het DB en het AB worden ondersteund middels een ambtelijk secretaris vanuit de uitvoerende gemeente.

Financieel belang

Bijdrage 2019          € 1.565.559

EV per 01-01-2019   n.v.t             VV per 01-01-2019   n.v.t.

EV per 31-12-2019   n.v.t.            VV per 31-12-2019   n.v.t.

Resultaat 2019             n.v.t.

Wijzigingen in het belang

Basis GGZ en dyslexiezorg zijn in 2017 naar het lokale veld overgeheveld en de Behandeling en Onderwijsgroepen in 2018. Dat betekent dat de begroting van de GR op deze onderdelen naar beneden is bijgesteld ten voordele van de lokale budgetten.

Ontwikkelingen c.q. beleidsvoornemens:

Vanaf 2018 is een resultaatgerichte bekostiging als uitgangspunt gekozen. Deze nieuwe vorm van inkoop houdt in dat er niet langer ingekocht wordt op basis van producten, maar per vraag worden zorgarrangementen afgestemd waarbij er resultaatgebieden worden vastgelegd. Onze lokale toegang heeft een belangrijke rol in het samenstellen van deze arrangementen op casusniveau.

Naast deze resultaatgerichte inkoop heeft het verder vormgeven van de transformatiedoelen prioriteit en is er met name aandacht voor het dichterbij brengen van zorg en het ‘bewegen naar de voorkant’.

Risico’s

Bijdrage GR is op basis van macrocijfers en werkelijke historische productie over 3 jaar.  Voor 2019 worden risico’s voorzien in de resultaatgerichte inkoop omdat dit jaar (2018) is gebleken dat ten opzichte van de tot en met 2017 gehanteerde inkoop, het arrangementenmodel mogelijk duurder uitvalt. Dit wordt momenteel uitgezocht en kan leiden tot herziening van inkoopafspraken met name in de specialistische GGZ. De macrobudgetten dalen, terwijl vooralsnog het aantal jeugdigen in de specialistische jeugdhulp stabiel lijkt te blijven. Dit kan betekenen dat er budgetoverschrijdingen komen om toch aan de zorgvraag te kunnen voldoen.

[1]Bovenlokale voorzieningen/taken hebben betrekking op jeugdreclassering- en jeugdbeschermingsmaatregelen, vormen van verblijfszorg en vormen van specialistische zorg voor jeugd.

[2]Specialistische functies: JeugdzorgPlus, GGZ met landelijke functie, Expertise en behandelcentrum op het gebied van geweld onder 18 jaar, jeugd sterk gedragsgestoord licht verstandelijk gehandicapt, gespecialiseerde diagnostiek (L)VB jeugd met GGZ, forensische jeugdzorg.

N.V. Eneco

(vestigingsplaats: Rotterdam)

Globale taakstelling c.q. visie

De levering van gas en elektra aan het werkgebied.

Betrokkenen

De aandeelhouders van de structuurvennootschap N.V. Eneco zijn een groot aantal gemeenten in Zuid-Holland, Friesland, Noord-Brabant en Noord-Holland.

Bestuurlijk belang

Het aandeelhouderschap in Eneco wordt vertegenwoordigd door de wethouder financiën.

Financieel belang

EV per 01-01-2019     €          n.b.             VV per 01-01-2019     €          n.b.

EV per 31-12-2019     €          n.b.             VV per 31-12-201        €          n.b.

Resultaat 2019               €          n.b.

(n.b. = niet bekend)
Geraamd dividend 2019 € 340.000

Wijzigingen in het belang

Zie de toelichting bij Ontwikkelingen c.q. beleidsvoornemens en bij Risico’s.

Beleid

Om te voldoen aan de Wet Onafhankelijk Netbeheer is het Eneco Groep inmiddels gesplitst in een energiebedrijf (Eneco) en een bedrijf voor het netbeheer (Stedin).

Risico’s

In het splitsingsplan is uitgegaan van een dividend na splitsing conform het huidige beleid van Eneco (50% uitkering van aan aandeelhouders toe te rekenen resultaat). In dit beeld past ook dat qua dividend de opgetelde toekomstige dividendstromen van beide ondernemingen tot vergelijkbaar resultaat zouden moeten leiden als het dividend van de N.V. Eneco van voor de splitsing. De gemeente ontvangt nu van twee bedrijven dividend.
Het financieel risico beperkt zich tot de hoogte van het dividend dat in een slecht weer scenario tot nihil kan afnemen. Begin 2018 is een principe besluit genomen over het houden of afbouwen van het aandelenbezit in Eneco. Een meerderheidsbelang heeft gekozen voor afbouwen van het aandelenbezit. De financiële belangen zijn groot. Tegenover een relatief hoge verkoopopbrengst (zekerheid) staat een toekomstig dividend (onzekerheid). Er zijn heldere afspraken gemaakt over het proces dat zal leiden tot de privatisering van Eneco. Ook zijn beoordelingscriteria vastgesteld voor potentiële kopers. Op enig moment kan het transactieproces resulteren in een concreet bod of in financiële contouren van een eventuele beursgang. Op dat moment is er concreter zicht op de uiteindelijke waarde van het aandelenpakket per aandeelhouder. Het eindresultaat zal aan alle aandeelhouders worden voorgelegd ten behoeve van het nemen van een definitief besluit. De verwachting is dat in de loop van 2019 definitieve besluitvorming kan worden gevraagd en de verkoop/transactie kan worden geeffectueerd.

Stedin Holding N.V.

(vestigingsplaats: Rotterdam)

Globale taakstelling c.q. visie

Stedin is eigenaar van het stroom- en gasnet in de regio (netbeheerder). Een netbeheerder is verantwoordelijk voor de kabels en leidingen en het onderhoud ervan.

Betrokkenen

De aandeelhouders van Stedin zijn een groot aantal gemeenten in Zuid-Holland, Friesland, Noord-Brabant en Noord-Holland.

Bestuurlijk belang

Het aandeelhouderschap in Stedin wordt vertegenwoordigd door de wethouder financi?n.

Financieel belang

EV per 01-01-2019     €          n.b.             VV per 01-01-2019     €          n.b.

EV per 31-12-2019     €          n.b.             VV per 31-12-2019     €          n.b.

Resultaat 2019              €          n.b.

(n.b. = niet bekend)
Geraamd dividend 2019 € 150.000

Wijzigingen in het belang

Zie de toelichting bij Ontwikkelingen c.q. beleidsvoornemens en bij Risico’s.

Beleid

Om te voldoen aan de Wet Onafhankelijk Netbeheer is de Eneco Groep inmiddels gesplitst in een energiebedrijf (Eneco) en een bedrijf voor het netbeheer (Stedin).

Risico’s

In het splitsingsplan is uitgegaan van een dividend na splitsing conform het huidige beleid van Eneco (50% uitkering van aan aandeelhouders toe te rekenen resultaat). In dit beeld past ook dat qua dividend de opgetelde toekomstige dividendstromen van beide ondernemingen tot vergelijkbaar resultaat zouden moeten leiden als het dividend van de N.V. Eneco van voor de splitsing. De gemeente ontvangt nu van twee bedrijven dividend. Het financieel risico beperkt zich tot de hoogte van het dividend dat in een slecht weer scenario tot nihil kan afnemen.

B.V. Gemeenschappelijk Bezit Evides

(vestigingsplaats: Rotterdam)

Globale taakstelling c.q. visie

Op betrouwbare, veilige en maatschappelijk verantwoorde wijze leveren van drink- en industrieel- water en daaraan gerelateerde producten aan particuliere en zakelijke klanten.

Betrokkenen

De aandeelhouders van de structuurvennootschap Evides Holding N.V. zijn een groot aantal gemeenten in de provincies Zuid-Holland, Noord-Brabant en de provincie en gemeenten in Zeeland.
De gemeente Brielle bezit circa 0,87 procent van de aandelen B.V. Gemeentelijk Bezit Evides (GBE), die op haar beurt 50 procent bezit in de N.V. Evides. De overige 50 procent van N.V. Evides is in handen van de andere fusiepartner N.V. Delta, het moederbedrijf van Delta waterbedrijf B.V.

Bestuurlijk belang

Het aandeelhouderschap in Evides wordt vertegenwoordigd door de wethouder financiën.

Financieel belang

EV per 01-01-2019     €          n.b.             VV per 01-01-2019     €          n.b.

EV per 31-12-2019     €          n.b.             VV per 31-12-2019     €          n.b.

Resultaat 2019              €          n.b.

(n.b. = niet bekend)
Geraamd dividend 2019 € 160.000.

Wijzigingen in het belang

Er worden geen belangrijke veranderingen verwacht die zich in het begrotingsjaar zullen voordoen.

Ontwikkelingen c.q. beleidsvoornemens

In het Strategisch Kader 2017-2021 zijn voor de volgende pijlers meerjarige actieplannen opgesteld, welke zijn vertaald in uitvoeringsprogramma’s en strategische verbetertrajecten:
1. Het realiseren van uitstekende waterkwaliteit

2. Gecontroleerde omzetgroei van onze industriewateractiviteiten

3. Het waarmaken van onze klantbeloften

4. Verdere digitalisering van de bedrijfsprocessen binnen Evides

5. Werken in de toekomst

6. Verbinden met onze omgeving

Risico’s

Het financieel risico beperkt zich tot de hoogte van het dividend dat in een slecht weer scenario tot nihil kan afnemen.

Raad voor het Publiek Belang (St. CJG Rijnmond) (als onderdeel van de OGZRR)

(vestigingsplaats Rotterdam)

Globale taakstelling c.q. visie

Uitvoering integrale jeugdgezondheidszorg 0-19 jaar (Wpg)

Betrokkenen

Het rechtsgebied van de Raad voor het Publiek belang omvat het grondgebied van Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, , Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne.

Bestuurlijk belang

Per gemeente wordt één lid en één plaatsvervangend lid aangewezen voor de Raad voor het Publiek Belang.

Financieel belang

Bijdrage 2019 vast deel                                        €   308.200

Bijdrage 2019 huisvesting                                   €     82.100

Bijdrage 2019 aanvullend preventief            €     52.300
Bijdrage 2019 rijksvaccinatieprogramma  €     24.200

EV per 01-01-2019                              n.v.t.             VV per 01-01-2019   n.v.t.

EV per 31-12-2019                              n.v.t.             VV per 31-12-2019   n.v.t.

Resultaat 2019                                        n.v.t.

Wijzigingen in het belang

Verwachte veranderingen die zich in het begrotingsjaar zullen voordoen:
De financieringsstroom van het rijksvaccinatieprogramma loopt vanaf 2019 via de gemeente (algemene uitkering).

Ontwikkelingen c.q. beleidsvoornemens

Herziening van de rol CJG Rijnmond (Jeugdverpleegkundige en jeugdarts) in het onderwijs naast het Schoolmaatschappelijk werk.

Risico’s

-Grote vraag naar organiseren van themabijeenkomsten, zoals Vriendentraining, Puber Brein, Alles kits training, waardoor het budget ontoereikend zou kunnen zijn.

NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)

(vestigingsplaats: Den Haag)        

Globale taakstelling c.q. visie

BNG Bank is de bank voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank is een betrokken partner en creëert waarde door het aanbieden van goedkope en duurzame financiering. De bank biedt haar klanten een breed pakket van financiële dienstverlening aan: onder andere kredietverlening, betalingsverkeer, gebiedsontwikkeling, duurzame projectfinanciering en participaties in publiek-private samenwerkingen. Daarmee draagt de bank zowel bij aan lagere kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de Nederlandse burger als aan een duurzamer Nederland en in het verlengde daarvan aan de realisatie van de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties.

Financieel belang

De aandeelhouders hebben zeggenschap in BNG Bank via het stemrecht op de aandelen die zij bezitten (een stem per aandeel van EUR 2,50). De gemeente is in het bezit van 24.414 aandelen à € 2,50 en heeft zeggenschap via het stemrecht op deze aandelen.

EV per 01-01-2017   € 3.753 miljoen        VV per 01-01-2017   n.b.

EV per 31-12-2017   € 4.220 miljoen        VV per 31-12-2017   n.b.

 Zoals bekend wordt het dividend verantwoord in het jaar van uitkering, derhalve wordt in 2019 het dividend van 2018 verantwoord. Over 2017 realiseerde BNG Bank een nettowinst na belastingen van EUR 393 miljoen (2016: EUR 369 miljoen).

Geraamd dividend 2019 € 60.000

Wijzigingen in het belang

Gedurende het begrotingsjaar hebben zich geen veranderingen voorgedaan in de belangen van aandeelhouders in BNG Bank.

Ontwikkelingen c.q. beleidsvoornemens

Het aandelenbezit in BNG Bank is een duurzame belegging.

Risico’s

Zoals werd verwacht leverde de stresstest geen verrassingen op en voldoet de BNG aan de kapitaaleisen wanneer zich een zwaar stress scenario zou voor doen.

Grondbeleid

Algemeen

Volgens artikel 16 van het Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten bevat de paragraaf grondbeleid ten minste:

  • Een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de programma’s die zijn opgenomen in de begroting;
  • Een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert;
  • Een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie;
  • Een onderbouwing van de geraamde winstneming;
  • De beleidsuitgangspunten over de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico’s van de grondzaken.

Visie op het grondbeleid

Het grondbeleid heeft een grote invloed op en samenhang met de realisatie van programma‘s zoals op het gebied van ruimtelijke ordening en volkshuisvesting, verkeer en vervoer, cultuur, sport en recreatie en economische zaken. Daarnaast heeft het grondbeleid een grote financiële impact. Het gaat in het grondbeleid om grote belangen en grote hoeveelheden geld. De resultaten op grondexploitaties en de financiële risico‘s zijn van groot belang voor de algemene financiële positie van de gemeente.

Het grondbeleid van de gemeente Brielle is opgenomen in een aparte beleidsnota. Deze nota Grondbeleid gemeente Brielle is op 9 april 2013 vastgesteld. In 2019 zal een herziening op de nota Grondbeleid worden voorgelegd aan de gemeenteraad waarin een nadere uitwerking zal worden opgenomen over de wijze waarop de kosten van de ambtelijke inzet kunnen worden verhaald. Ook zal aandacht worden besteed aan de mogelijkheid om private partijen te laten bijdragen aan diverse fondsen (bijvoorbeeld een fonds voor herstructurering en bestemming).

Samengevat kan het huidige beleid als volgt worden beschreven:

  • Het grondbeleid is ‘dienstbaar’ aan ruimtelijk beleid en sectoraal beleid voor wonen, werken en recreëren.
  • Een actief grondbeleid voor woningbouw wordt voorgestaan.
  • Gekozen wordt voor (vergaande) PPS-constructies (publieke en private samenwerking) indien dit een duidelijke meerwaarde biedt ten opzichte van traditionelere opdrachtgever-opdrachtnemer relaties en de partij waarmee de PPS wordt overwogen voldoende vertrouwen geniet.
  • De gemeentelijke aandacht beperkt zich hierbij tot de grondexploitatie en zal zelf geen opstallen ontwikkelen.
  • Uitgangspunt zal zijn een marktconforme benadering, gebaseerd op de residuele grondwaardeberekening.
  • Maatschappelijk gewenst en efficiënt ruimtegebruik moet worden bewerkstelligd waarbij tevens gestreefd wordt naar een optimale prijs-kwaliteitsverhouding.
  • Het te hanteren grondbeleid moet er op gericht zijn voldoende geld te genereren voor de realisering van publieke doelstellingen zoals gemeenschapsvoorzieningen. Eventuele (in financiële zin) negatieve resultaten op bepaalde locaties moeten kunnen worden opgevangen door positieve resultaten elders.

Balanswaardering

Het BBV specificeert het bezit van gronden naar de volgende activa:

  • Materiële vaste activa
    Deze gronden hebben een vaste bestemming en zitten (nog niet) in een transformatieproces.
    De waardering is de verkrijgingsprijs of duurzaam lagere marktwaarde in huidige bestemming. Op de boekwaarde mogen geen kosten, zoals rente, bijgeschreven worden.
    Het betreft de complexen: Meeuwenoord sportvelden, Oude Goote, Vierpolders schoollocatie, Nic. Pieckstraat, Jan Matthijssenlaan en Mgr. Smitstraat.
  • Bouwgrond in exploitatie (BIE)
    Dit zijn gronden in eigendom van een gemeente waarvoor de raad een grondexploitatiecomplex en een grondexploitatiebegroting heeft vastgesteld. De gronden zitten in een transformatieproces tot bouwrijpe grond.
    De waardering is de vervaardigingsprijs of duurzaam lagere marktwaarde in toekomstige bestemming. Op de boekwaarde mogen kosten worden bijgeschreven.
    Het betreft de complexen: Seggelant I, Seggelant II, glassanering / Ruimte voor ruimte kavels en Burg. H. van Sleenstraat.
  • Voorraad grond
    Dit zijn onder meer ruilgronden; gronden waarvoor geen vervaardigingsproces zal plaatsvinden.
    De waardering is de verkrijgingsprijs of duurzaam lagere marktwaarde in huidige bestemming. Op de boekwaarde mogen geen kosten, zoals rente, bijgeschreven worden.
  • De balanscategorie 'niet in exploitatie genomen gronden' (NIEGG) is met ingang van begrotingsjaar 2016 afgeschaft. Gronden die voor de inwerkingtreding van het nieuwe besluit werden geclassificeerd als NIEGG, zijn met ingang van 2016, tegen dezelfde boekwaarde, geclassificeerd als materiële vaste activa (MvA). Deze gronden moeten uiterlijk 31 december 2019 worden getoetst aan de marktwaarde rekening houdend met de bestemming op het moment van toetsing.

Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)

In maart 2016 heeft de Commissie BBV de herziende “notitie grondexploitaties 2016” gepubliceerd en is ook het Wijzigingsbesluit Begroting en Verantwoording in werking getreden. Beide hebben gevolgen voor de grondexploitaties.


Notitie grondexploitaties 2016

In de notitie zijn door de commissie BBV de volgende 12 stellige uitspraken gedaan (stellige uitspraken moeten gevolgd worden, tenzij daar gemotiveerd van wordt afgeweken). Verkort weergegeven:

  1. Startpunt van een BIE is het raadsbesluit hiertoe;
  2. Looptijd van een BIE bedraagt maximaal 10 jaar
  3. Jaarlijkse herziening van de grondexploitatie
  4. Kostentoerekening aan BIE is maximaal de kostenverhaalmogelijkheden als benoemd in de Wro/Bro
  5. Tot moment toerekening aan BIE moeten kosten bovenwijkse voorzieningen geactiveerd worden als materiële vaste activa
  6. Voorwaarden aan het activeren van voorbereidingskosten
  7. Rentetoerekening aan BIE gebaseerd op te betalen rente over vreemd vermogen
  8. Disconteringsvoet voor contante waarde berekening is vastgesteld (2017 2%);
  9. Lasten en baten van de grondexploitaties verantwoorden in exploitatie en saldo via tegenboeking naar balans muteren
  10. Overgangsbepaling voor verantwoording op balans per 31 december 2015;
  11. Te verwachten resultaten presenteren tegen de nominale waarde en een eventuele voorziening voor verliezen tegen de nominale of de contante waarde.
  12. Een afboeking of voorziening gebeurt bij een geprognosticeerd verlies direct ter grootte van dit volledige verlies

De belangrijkste wijzigingen zijn:
De vernieuwde definitie van bouwgrond. Deze definitie leidt tot de volgende stellige uitspraak van de Commissie BBV:
“Het startpunt van Bouwgrond in exploitatie is het raadsbesluit met de vaststelling van het grondexploitatiecomplex inclusief grondexploitatiebegroting. Vanaf dat moment wordt de BIE geopend en kunnen kosten worden geactiveerd en bijgeschreven op de voorraadpositie op de balans.”
Voor de begroting en jaarrekening betekent dit dat de niet in exploitatie genomen gronden) op de balans gepresenteerd worden als Materiële Vaste Activa (Mva).

De toegestane toe te rekenen rente aan bouwgrond in exploitatie wordt gebaseerd op de daadwerkelijk te betalen rente over het vreemd vermogen. De berekende rente is als volgt bepaald: het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille van de gemeente, naar verhouding vreemd vermogen / totaal vermogen.
Door het hoge eigen vermogen ten opzichte van het vreemd vermogen daalt de toe te rekenen rente van 4% in 2015 (vast percentage) tot 1,12% in 2017 en 1% in 2018.
Aan de complexen die rubriceren als materiële vaste activa wordt het omslagpercentage in rekening gebracht, te weten 5%.


In het BBV hebben nooit voorschriften gestaan over de te hanteren disconteringsvoet. Veelal werd het percentage van de berekende rente gebruikt als disconteringsvoet. De commissie BBV heeft de volgende stellige uitspraak gedaan:
“De disconteringsvoet die moet worden gehanteerd in de berekening van de contante waarde ten behoeve van het treffen van een verliesvoorziening voor negatieve grondexploitaties wordt voor alle gemeenten gelijk gesteld aan het maximale meerjarig streefpercentage van de Europese Centrale Bank voor inflatie binnen de Eurozone”. Dit betekent een rentepercentage van 2,0%.

Financiële positie

Reserve

Voor de grondexploitatie is een algemene reserve grondexploitatie ingesteld. Deze reserve dient om risico‘s in de diverse grondexploitaties op te kunnen vangen en om te kunnen verevenen tussen winstgevende en verliesgevende locaties. Indien blijkt dat, rekening houdend met bovenstaande, de algemene reserve grondexploitatie een structureel overschot vertoont, kan dit overschot zo nodig ingezet worden ten behoeve van de algemene middelen.

Het saldo van de algemene reserve grondexploitatie per 31-12-2017 bedraagt € 2,2 miljoen positief en neemt toe tot € 2,8 miljoen eind 2021. De toename wordt per saldo veroorzaakt door de positieve exploitatiesaldi van de bedrijventerreinen Seggelant I en II die aan de reserve worden toegevoegd.

Voorzieningen en tussentijds winst nemen

Voorziening voorlopig resultaat
In de voorziening voorlopig resultaat werden tot en met 2015 tussentijdse verkoopresultaten verantwoord die, gelet op de nog te realiseren baten en lasten, nog niet als gerealiseerde winst in de reserve grondexploitatie opgenomen werden.
In het BBV zijn de regels omtrent het tussentijds winst nemen aangescherpt. In 2015 lag de nadruk op het voorzichtigheidsbeginsel en de nog te realiseren hoeveelheid verkopen, maar in de Notitie Grondexploitaties van maart 2016 is het volgende opgenomen:

“Het voorzichtigheidsbeginsel leidt ertoe dat realisatie van winst moet worden uitgesteld tot daarover voldoende zekerheid bestaat. Dit betekent echter niet dat pas winst moet worden genomen bij het afsluiten van het grondexploitatiecomplex. Voor winstneming geldt de percentage of completion methode: voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen.”


Dit heeft tot gevolg dat in 2016 de volgende tussentijdse winsten zijn genomen:

  • Seggelant I

In dit complex is eind 2017 98% van de kosten en 84% van de opbrengsten gerealiseerd. Dit resulteert in een winstneming van € 1.136.288. Hiervan was al € 567.024 opgenomen in de reservering voorlopige winsten. Bij het opmaken van de jaarrekening van 2017 wordt er een lagere winst geprognosticeerd op basis van de actuele kostprijsberekening in dit project dan waar in 2016 rekening mee is gehouden. Als gevolg daarvan wordt er in 2017 geen tussentijdse winstneming voor dit complex geboekt.

  • Burg. H. van Sleenstraat

In dit complex is eind 2016 64% van de kosten en 77% van de opbrengsten gerealiseerd. Dit resulteert in een winstneming van € 93.619. Hier geldt ook dat er bij het opmaken van de jaarrekening van 2017 er een lagere winst geprognosticeerd wordt op basis van de actuele kostprijsberekening dan waar in de rekening van 2016 rekening mee is gehouden. Als gevolg daarvan wordt er in 2017 geen tussentijdse winstneming voor dit complex geboekt.

De voorziening voorlopig resultaat is als gevolg van bovenstaande wijziging van winst nemen komen te vervallen.


Voorziening verliezen grondexploitatie (BIE)
De voorziening verliezen grondexploitatie (BIE) is ingesteld voor het afdekken van verwachte verliezen met betrekking tot bouwgronden in exploitatie. Deze verliesvoorziening is gewaardeerd tegen contante waarde; de discontovoet bedraagt 2%. De omvang per 31-12-2017 bedraagt € 6,3 miljoen en neemt af tot nihil eind 2021. Eind 2021 zal dit bedrag worden uitgekeerd aan de daarvoor bestemde grondexploitaties.

Voorziening verliezen grondexploitatie (MvA)
De voorziening verliezen grondexploitatie (MvA) is ingesteld voor de verwachte verliezen op de oude 'niet in exploitatie genomen gronden', nu gerubriceerd als materiële vaste activa (MvA). De hoogte betreft het verschil tussen de boekwaarde (aanschafwaarde vermeerderd met kosten) en de marktwaarde rekening houdend met de toekomstige bestemming. De omvang per 31-12-2017 bedraagt € 5,6 miljoen en neemt af tot nihil eind 2019.
De afname van de voorziening in 2019 wordt veroorzaakt doordat de oude NIEGG-complexen uiterlijk ultimo 2019 getoetst moeten worden aan de marktwaarde rekening houdend met de bestemming op het moment van toetsing. Gelet op het verschil tussen toekomstige bestemming en huidige bestemming is het de verwachting dat minimaal de gehele voorziening ingezet moet worden.

 

Verloop reserve en voorzieningen (bedragen x € 1.000)

 

Totaal

Algemene
reserve
grondexpl.

Voorziening
verliezen
MvA

Voorziening
verliezen
BIE

 

Boekw.01-01-2019

12.046

2.388

4.778

4.880

Toevoegingen

514

416

0

98

Onttrekkingen

4.778

0

4.778

0

Boekw.31-12-2019

7.782

2.804

0

4.978

Toevoegingen

151

52

0

100

Onttrekkingen

0

0

0

0

Boekw.31-12-2020

7.933

2.855

0

5.078

Toevoegingen

102

0

0

102

Onttrekkingen

5.179

0

0

5.179

Boekw.31-12-2021

2.855

2.855

0

0

Toevoegingen

0

0

0

0

Onttrekkingen

0

0

0

0

Boekw.31-12-2022

2.855

2.855

0

0

Exploitaties/Resultaatverwachting

 

Verloop van de activa (bedragen x € 1.000)

 

 

Totaal

Bouwgrond

Materiële

Bedrijven-

   

in

vaste

terreinen

   

exploitatie

activa

 

Boekw.01-01-2019

27.167

12.427

11.450

3.290

Toevoegingen

162

162

0

0

Onttrekkingen

9.120

1.796

4.778

2.546

Boekw.31-12-2019

18.209

10.792

6.672

745

Toevoegingen

0

0

0

0

Onttrekkingen

4.274

3.529

0

745

Boekw.31-12-2020

13.935

7.263

6.672

0

Toevoegingen

0

0

0

0

Onttrekkingen

7.263

7.263

0

0

Boekw.31-12-2021

6.672

0

6.672

0

Toevoegingen

0

0

0

0

Onttrekkingen

0

0

0

0

Boekw.31-12-2022

6.672

0

6.672

0

Bouwgrond in exploitatie

Seggelant I:

Voor de nog beschikbare 2,7 hectare grond worden gesprekken gevoerd met belangstellenden. In 2018 is de geactualiseerde versie van de Grex vastgesteld. Hierin is opgenomen dat de resterende grond in 2018 verkocht zal worden. Momenteel zijn deze gronden nog niet allemaal verkocht. Een deel van de verwachte verkopen zal derhalve in 2019 worden gerealiseerd. Tot en met 2017 is een tussentijds resultaat genomen van ca. € 1,1 miljoen. Het complex zal naar verwachting eind 2019 met een positief resultaat afgesloten worden.

Seggelant II:

In 2013 is een overeenkomst afgesloten voor de ontwikkeling van Seggelant II. Hierin zijn 2 opbrengststromen opgenomen. Eén opbrengst voor de grond in bezit bij de gemeente en een opbrengst gekoppeld aan de grond in bezit bij de ontwikkelaar. De gemeente heeft hierin een geringe grondpositie dat door de ontwikkelaar bouwrijp is gemaakt en via een A-B-C levering wordt verkocht. De opbrengst gekoppeld aan de grond in bezit bij de ontwikkelaar wordt afhankelijk van de verkoop van de percelen, maar uiterlijk in 2019 ontvangen.
De boekwaarde van de grond is nihil en er zijn voor de gemeente geen kosten verbonden aan deze ontwikkeling. De ontvangen baten worden dan ook direct als winst genomen en gestort in de algemene reserve grondexploitatie. De in enig jaar ontvangen baten worden dan ook direct als winst genomen. Het voordelig saldo van Seggelant II wordt gestort in de algemene reserve grondexploitatie.

Glassanering en ruimte-voor-ruimte kavels

Het “convenant glastuinbouw” is in de raadsvergadering van 11 oktober 2005 tijdens de behandeling van het voorbereidingsbesluit landelijk gebied van Brielle door de raad ondersteund. Dit convenant is vertaald in het collegeprogramma 2014-2018. De sanering betreft 27,2 hectare fysiek glas en 58,2 hectare papieren glas,

Grondexploitatiebegroting

Begin 2018 is de grondexploitatiebegroting voor dit complex opnieuw geactualiseerd.
In die berekening zijn de volgende uitgangspunten meegenomen:

  • 2018 t/m 2020        verkoop gronden glaspark 4P
  • 2018 t/m 2023        verkoop ruimte voor ruimte kavels
  • Lastenstijging 1,5%
  • Rente  1,12% (aangepast naar 1,0 n.a.v. de eerder genoemde bereke
    ningswijze).

De gehele voorziening verliezen grondexploitatie (BIE) van 6,3 mln., zoals eerder genoemd, is bestemd om het verlies van dit project te dekken.

Glaspark 4P
In 2016 is er een deel van de het Glaspark 4P verkocht (12,5 hectare). De restant grond verkopen voor het glaspark 4P zijn geraamd in 2019 en 2020.

Ruimte voor ruimte kavels

In 2019 wordt de actieve marketing onder de naam Brielle Buiten voortgezet. Dit alles ter bevordering van de verkoopbaarheid van de laatste bouwkavels.

Het is de verwachting dat er tot en met 2018 31 kavels verkocht en geleverd zijn. Voor de kavels aan de Waterweg 1e fase was opnieuw veel belangstelling: 5 verkocht, waarvan de meeste in 2018 zijn geleverd. In 2019 wordt de verkoop voorbereid van fase 2 van de Waterweg. In het laatste kwartaal van 2018 zijn de 8 kavels aan de Bollaarsdijk in verkoop gegaan. Bij een succesvolle verkoop zullen ook deze in 2019 worden geleverd.

Locatie Burg. H. van Sleenstraat

In de woningbouwplanning is deze locatie aangemerkt als inbreidingslocatie waar in de periode tot 2019 106 woningen gerealiseerd kunnen worden. Deze locatie wordt ontwikkeld in meerdere fasen:

  • fase 1 betreft de ontwikkeling van het bestaande schoolgebouw. Hiervoor is een separate bestemmingsplanprocedure doorlopen, waardoor 17 appartementen en 4 grondgebonden woningen zijn gerealiseerd.
  • fase 2 hangt ruimtelijk nauw samen met fase 1. Hier zijn 21 grondgebonden woningen gerealiseerd.
  • fase 3: De bouw van 4 grondgebonden CPO woningen is inmiddels afgerond op deze locatie.
  • fase 4a: De bouw van 7 grondgebonden woningen (nog in aanbouw).
  • fase 4b: De bouw van 20 beneden boven woningen (in 2018 opgeleverd).
  • fase 5 betreft de realisatie van 28 intramurale pg- eenheden en 37 tot 44 vrije sector woningen en een ruimte voor welzijnsvoorzieningen. Oplevering voorzien in 2020.

De locatie is van een grote archeologische waarde. Wetgeving schrijft voor dat bij bodemverstoringen archeologische waarden veiliggesteld moeten worden. Het archeologisch onderzoek is integraal aangepakt; op basis van de verhaallijn Hemelse Poort zijn in 2016 de resten van het St. Catharinaklooster (fase 2) en de resten van het Cellebroederklooster (fase 5) archeologisch onderzocht. De opgraving van het St. Catharinaklooster leent zich perfect voor inpassing in de openbare ruimte. Doelstelling is een inrichting van de openbare ruimte, waarbij de aanwezige archeologische waarden beleefbaar zijn voor bewoners en toeristen.
Voor dit complex is begin 2017 de grondexploitatiebegroting door de raad vastgesteld, waarmee deze exploitatie formeel een bouwgrond in exploitatie (BIE) is geworden.

Materiële vaste activa

Locatie J. Matthijssenlaan

In de woningmarktafspraken is deze oude locatie van het Maerlant College aangemerkt als inbreidingslocatie waar in de periode tot 2019 maximaal 55 woningen gerealiseerd worden. De ontwikkeling van het gebied wordt in 2 fasen uitgewerkt.
Fase 1 bestaat uit de herontwikkeling van de voormalige rijks-HBS tot een appartementengebouw. Hiervoor is een intentieovereenkomst getekend en heeft een architectenbureau het ontwerp gemaakt. Er worden op deze locatie 36 appartementen ontwikkeld.
Fase 2 betreft woningbouw naast het oude schoolgebouw.
Het is de bedoeling dat de grond in afzonderlijke kavels verkocht gaat worden. Verdeeld in 4 velden wordt de woningbouwlocatie ontwikkeld met 26 grondgebonden woningen, waarbij collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO) mogelijk is.
Zodra er meer duidelijk is over dit complex wordt een grondexploitatiebegroting gemaakt voor dit complex. Het is de verwachting dat dit begin 2019 zal plaatsvinden.


De boekwaarde per 31 december 2015 is op 1 januari 2016 opnieuw gerubriceerd, van NIEGG naar MvA. De vanaf 2016 gemaakte kosten voor onderzoek en projectleiding zijn geactiveerd als immateriële vaste activa (IMvA).
De totale oppervlakte is 21.986 m² en de boekwaarde, MvA en IMvA, per m² € 47,83.

Nicolaas Pieckstraat

Op 21 juni 2017 is de intentie overeenkomst met Estate Invest uit Middelharnis ondertekend. Het is de bedoeling dat er op deze locatie en de locatie Mgr. Smitstraat 26 ruime eengezinswoningen en twee luxueuze urban villa’s met in totaal 42 appartementen worden gerealiseerd. Zodra hier meer duidelijkheid over is wordt de grondexploitatiebegroting voor dit complex aan de raad aangeboden.
De totale oppervlakte is 6.334 m² en de boekwaarde per m² ultimo 2018 € 226,99.

Mgr. Smitstraat 1

Zie Nicolaas Pieckstraat.
De totale oppervlakte is 3.660 m² en de boekwaarde per m² ultimo 2018 is begroot op € 15,50.

Meeuwenoord (voormalige sportvelden)

Meeuwenoord is een bouwlocatie aan de noordwestkant van de historische kern waar sportterreinen lagen. De opstallen van de sportverenigingen zijn, na de verhuizing van de verenigingen naar het sportcomplex Geuzenpark, gesloopt.
In 2015 is voor deze locatie een risicoanalyse opgesteld waarin uitgegaan wordt van maximaal 250 woningen. In de woningbouwplanning is rekening gehouden met de bouw van 125 woningen in de periode 2020-2024 en 125 vanaf 2025. De risicoanalyse is eind 2016 vastgesteld.
De totale oppervlakte is 133.438 m² en de boekwaarde per m² ultimo 2018 € 20,78.

Oude Goote

Voor het gebied gelegen tussen de Hossenbosdijk en de Voorweg wordt rekening gehouden met de bouw van 500 woningen. In de woningbouwplanning is rekening gehouden met de bouw van 250 woningen in de periode 2020-2024 en 250 vanaf 2025.
De totale oppervlakte is 78.970 m² en de boekwaarde per m² ultimo 2018 € 84,14.

Schoollocatie Vierpolders

Na de oplevering van het Dijckhuis en de verhuizing van de obs De Tiende Penning is in 2012 de verlaten schoollocatie gesloopt.
In de woningbouwplanning is rekening gehouden met de bouw van 30 woningen in de periode 2020-2024.
De totale oppervlakte is 3.491 m² en de boekwaarde per m² ultimo 2018 € 266,86.